Honden

Afkomst

Over de afstamming van onze honden is in de loop der jaren veel gesproken en wellicht nog meer geschreven. Sommige beschouwen als directe voorvaders de echte wilde honden, zoals de Zuid-Afrikaanse hyenahond. Andere houden het ervoor, dat slechts de wolf en de jakhals als zodanig in aanmerking komen. Ook vergelijking van het gebit pleit voor deze laatste veronderstelling.

Maar inmiddels zijn de geleerden het er over eens dat onze huishonden afstammen van de wolven. Als we honden op straat bekijken zien we hele kleintjes, bijzonder, grote, langharige, kortharige en ga zo maar door. Het valt dan moeilijk in te denken, dat dit allemaal ergens kleine of grote 'wolfjes' zouden zijn. De mensen gaan ervan uit dat de grote honden afstammen van de grote Noorse wolven en dat de kleinere honden afstammen van de kleinere wolven uit de zuidelijke streken. Dit verklaart natuurlijk nog niet waarom bijvoorbeeld de ene hond staande oren en de andere hangoren heeft. De oorzaak hiervan is dat er menselijke invloeden aan te pas zijn gekomen. Toen de hond namelijk tot huisdier werd gemaakt door de mens, gebeurde dit met het doel de getemde wolven voor bepaalde doeleinden te gebruiken. De eerste taken van de tamme wolven zullen het waken en vooral de hulp bij de jacht zijn geweest.

Verschillende rassen

Nederland heeft sinds 1 januari 1977 een eigen indeling, waardoor op Nederlandse tentoonstellingen en clubmatches de volgende negen rasgroepen te zien zijn:


· dogachtigen

· windhonden

· herdershonden

· staande jachthonden, spaniels en retrievers

· terriërs

· lopende honden en dashonden

· keesachtigen en poolhonden

· pinschers en schnauzers

· gezelschapshonden


De bastaard, ofwel het vuilnisbakkenras, valt natuurlijk buiten deze rassoorten.

Kenmerken van de hond

Een groot aantal mensen denkt dat een hond gewoon een hond is, en realiseert zich daarbij niet dat er vele honderden soorten bestaan. Elke ras heeft zijn eigen kenmerken. Dit zijn niet alleen uiterlijke kenmerken zoals schofthoogte en gewicht, maar ook kenmerkende eigenschappen in het gedrag van de hond. Voor de specifieke eigenschappen raden wij u aan een rashonden boek te raadplegen of onderaan deze pagina te klikken op de link naar een site over rashonden.

Verzorging van uw hond

Kammen en borstelen:

De verzorging van een hond is heel erg belangrijk.

Een hond moet regelmatig worden geborsteld om zijn vacht in goede conditie te houden. De lichaamsverzorging zorgt er namelijk ook voor dat de hond gehoorzaam blijft, want het borstelen van de kop en de rug is een belangrijke manier om de hond te laten zien dat jij zijn baas bent. Sommige rassen gaan af en toe in de rui en moeten dan elke dag geborsteld of gekamd worden. Wanneer je dit bij je hond doet, kun je gelijk controleren of de hond last heeft van vlooien of huidinfecties. Borstel of kam de vacht in de richting van de haren.


Wassen:

De meeste volwassen honden hebben af en toe een bad nodig, maar puppy's hoeven alleen maar te worden afgeveegd met een warme, vochtige doek. Gebruik bij het wassen van de hond speciale hondenshampoo. Want vaak zijn de meeste soorten zeep en shampoos van de mens niet mild genoeg voor de hond en kunnen zorgen voor irritaties.


Trimmen:

Van sommige hondenrassen moet de vacht regelmatig worden getrimd. Daarvoor kunt u terecht bij Michelle's Trimsalon gevestigd in Dierenkliniek Gilze.

Voor het maken van een afspraak bel: 06-15513041


Nagels:

Als de hond vaak op straat loopt dan slijten zijn nagels vanzelf. Je moet er altijd voor zorgen dat de nagels van de hond niet te lang zijn, want dan kunnen ze niet meer goed lopen.

Om de nagels van de hond te knippen gebruik je een speciale nageltang.


Gebit:

Net als bij ons, moet het gebit bij de hond ook goed verzorgd worden. Bij honden kun je speciale tandenborstelkluifjes geven. Deze voorkomen het ontstaan van tandsteen. Nog beter is het om de tanden van je hond te poetsen. Er zijn speciale hondentandenborstels en -tandpasta's.

Voeding voor uw hond

De hond moet ook elke dag eten. Het aantal maal dat je hem eten geeft is afhankelijk van de hoeveelheid eten u hem per keer geeft en wat voor voeding hij of zij krijgt. Een volwassen hond kunt u het beste één of twee maal per dag te eten geven. Wat voor soort voedsel u hem geeft is ook afhankelijk van de hond. Het makkelijkste is het geven van brokken en een bakje water. In onze winkel vindt u verschillende soorten brokken voor de hond.

Agressie naar eigen gezinsleden

Honden die agressief gedrag vertonen naar eigen gezinsleden worden regelmatig als vals of dominant bestempeld. Meestal heeft dit agressieve gedrag niet zozeer te maken met dominantie, maar met een rangordeprobleem binnen het gezin.

Honden zijn roedeldieren en in een roedel is er altijd een hiërarchie met aan de top een roedelleider. Omdat veel mensen de taal van honden niet kennen, laten zij onbewust hun hond de leider in hun gezin (roedel) zijn. De hond heeft dus een leidersrang gekregen en zal ervoor waken dat zijn, noem het maar onderdanen, zich gedragen zoals dat in een roedel hoort. Telkens als er een gezinslid een fout maakt, reageert de roedelleider hierop met een correctie. De bazen appreciëren dit gedrag van hun hond niet en geven hem dan al snel straf. De hond interpreteert dat als een protestsignaal van een lagere in rang. Hierop zal de hond nog sterker moeten corrigeren, waardoor hij als agressieveling door het leven gaat. Er is hier dus eigenlijk helemaal geen sprake van blinde agressie van de hond naar de gezinsleden, maar van een dom misverstand. In dit geval is het niet nodig om aan de agressie op zich te werken, maar aan een nieuwe en degelijke roedelstructuur. Iedereen in het gezin dient op de hiërarchische ladder boven de hond uit te staan, zodat de hond op de laagste plaats komt binnen het gezin. Als de hond eenmaal op de laagste plaats is gekomen, zal hij het ook niet meer in zijn hoofd halen om de andere gezinsleden tot de orde te roepen en dan is de zogenaamde agressie verdwenen. Om te bereiken dat de hond op deze laagste plaats terechtkomt, dient ieder gezinslid strikt de regels van de roedel toe te passen (zie therapieën)

Bron: Erik Sannen Honden problemen oplossen

Angst en agressie

Angst en agressie worden in één hoofdstuk behandeld omdat dit waarschijnlijk de meest voorkomende problemen zijn, maar nog belangrijker, dit zijn het soort problemen waar zeer veel verwarring over bestaat. Er is geen enkel gedragsprobleem als angst en agressie dat zo vaak verkeerd wordt aangepakt. Hierdoor worden de problemen alleen maar erger. Angst en agressie worden zeer dikwijls verkeerd ingeschat. Men is er van overtuigd dat zijn hond agressief is, terwijl hij eigenlijk alleen maar angstig is. Andersom is dat ook vaak het geval. Een voorbeeld is de blaffende hond naar de stofzuiger. Daarvan veronderstelt men dat hij de stofzuiger wel zou willen aanvallen, zo kwaad is hij er op. In werkelijkheid hebben deze honden meestal angst voor de stofzuiger en gebruiken zij vormen van agressie om hun angsten onder controle te krijgen. Deze honden kun je dus niet agressief noemen, ze zijn angstig.


Mogelijke oorzaken van angst:

· Slechte inprenting en socialisatie

· Traumatische ervaringen

· Pijn

· Niet goed aangeleerd

· Gebrek aan leiderschap van de baas


Mogelijk oorzaken van agressie:

· Slechte inprenting en socialisatie

· Traumatische ervaringen

· Pijn

· Niet goed aangeleerd

· Gebrek aan leiderschap van de baas


Uit deze tabellen valt op dat de mogelijke oorzaken van zowel angst als agressie precies dezelfde kunnen zijn. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het voor de meeste mensen ook zeer moeilijk is om een onderscheid te maken tussen angst en agressie. Angst en agressieproblemen worden vaak behoorlijk onderschat of juist versterkt. We horen soms: “mijn hond bijt mij wel eens maar dat doet hij alleen om te spelen”.

Bijten is bijten en kan nooit worden getolereerd, dit is simpelweg agressie. Om angst en agressieproblemen aan te pakken is het dus absoluut noodzakelijk om het probleem juist te analyseren, zodat er een duidelijk beeld is van de oorzaak. Zonder een bekende oorzaak wordt het al heel moeilijk om het probleem correct aan te pakken. Daarbij is het ook nodig een minimum aan kennis te bezitten over de lichaamstaal van honden. Door middel van hun lichaamstaal maken zij of zij angstig, dan wel agressief zijn. De gehele houding is belangrijk, maar vooral ook de stand van de oren, staart en kijkrichting van de ogen geven te kennen welk gevoel de hond heeft. Over deze lichaamstaal bestaat al zo veel informatie dat we het hier houden op een zeer summiere beschrijving.


Signalen die kunnen wijzen op angst:

· Wegdraaien van het hoofd

· Oren naar achteren gericht

· Staart laag dragen of zelfs onder de buik

· Lage algemene houding

· Stresssignalen zoals: krabben, geeuwen, uitschudden, doelloos rondsnuffelen, hijgen

· Laat dreigend het volledige gebit zien (angstagressie)


Signalen die kunnen wijzen op agressie:

· Strak aankijken

· Oren staan hoog of ver naar voren gericht

· Staart wordt hoog gedragen

· Hoge algemene houding

· Laat bij dreiging alleen de voorste tanden zijn. Hierna volgen enkele veel voorkomende vormen van angst en agressie en de mogelijke oplossingen voor die problemen. Hierbij moet wel gezegd worden dat zowel angst als agressieproblemen zeer goed moeten worden geanalyseerd en dat dikwijls professionele hulp geen overbodige luxe is. Angst van harde geluiden:


Onweer, harde knallen, vuurwerk, voorbijrijdende auto’s of motoren zijn voor veel honden geen pretje. Sommige honden kruipen van angst onder een kast, andere worden zeer zenuwachtig en lopen jankend en blaffend in het rond. De baasjes vonden dit zielig en gaan de honden troosten en vertroetelen hen uit medelijden. De honden interpreteren dit troosten echter totaal anders dan mensen. Voor de hond is dit slechts een bevestiging van zijn angst. De hond ziet dat het baasje hem troost en dus er zal wel degelijk iets aan de hand zijn. Het baasje troost dus in feite niet, hij maakt de angsten alleen maar erger. Laat dus nooit zien dat u ook angstig bent en ga hem zeker niet troosten. Door het angstgedrag van de hond te negeren verdwijnt de angst bij de meeste honden vanzelf. Hij ziet immers dat zijn baasje deze geluiden helemaal niet erg vindt. Als het baasje deze geluiden normaal vindt dan zal er ook wel niets ergs aan de hand zijn! Natuurlijk zal negeren van het angstgedrag niet voor alle honden een oplossing betekenen. Een tweede zeer effectieve oplossing is door de harde geluiden een signaal te maken dat er iets leuks op komst is. Onweer betekent geen angst maar plezier. Hiervoor kunt u een CD of cassette gebruiken waarop de geluiden staan waarvoor de hond angst heeft. U zet het geluid zeer zachtjes aan. Het moet zo zacht staan dat er aan de hond nog niets van angst of stress te merken is. (zie signalen die kunnen wijzen op angst). Vervolgens gaat u uitbundig met de hond spelen. Herhaal dit regelmatig. Na enkele sessies zet u geleidelijk het volume van het geluid hoger, maar let er wel op dat u steeds onder het stressniveau van de hond blijft.

U zult merken dat na een tijdje de hond het geluid als startsignaal ziet om te spelen en niet meer als naar ervaart. Bij extreme angsten of als de angsten voortvloeien uit een traumatische ervaring kunt u het best de hulp inroepen van een deskundige. Ondersteuning door medicatie kan in sommige gevallen eveneens raadzaam zijn. Bron: Erik Sannen Honden problemen oplossen

Territorium agressie

De twee meest voorkomende vormen van territoriumagressie zijn gericht op voorbijgangers (agressie aan omheining) en die naar bezoekers.Het gaat in beide gevallen om agressie naar vreemden,niet leden van het gezin of van de roedel.Honden zijn roedeldieren en een van de taken binnen een roedel is de kern van het territorium te verdedigen.In deze vorm van verdedigen neemt de rodelleider altijd het heft in handen.Dat wil zeggen dat de hoogste in rang beslist over het al dan niet aanvallen van een indringer.Met die kennis wordt het ook meteen duidelijk waar een mogelijke oorzaak is te vinden voor deze agressie.De hond staat binnen het gezin te hoog in de rang waardoor hij het is die de beslissingen kan nemen over het verdrijven van bezoekers.In de eerste plaats dienden de rangen in het gezin te worden aangepast dat de hond niet de hoogste maar de laagste rang krijgt.Hiervoor worden de regels van de roedel toegepast (zie therapieën).Een tweede Belangrijke oorzaak van territoriumagressie is te vinden in het zelfbelonende gedrag van de agressie.Stel de hond zit buiten bij het tuinhek.Er komt net een fietser aanrijden.De hond ziet de fietser en ziet ook dat deze in de richting van de kern van de territorium rijdt.Dit vorm dus een regelrechte bedreiging voor de roedel.Ne begint de hond te grommen en wat blijkt? De fietser rijd gewoon weer weg.Die fietser was natuurlijk niet van plan om het territorium binnen te dringen,maar zo ziet de hond het niet.De hond legt al heel snel een verband tussen zijn grommen en het weer wegrijden van de fietser.De hond is dus beloond voor zijn gegrom.Hij heeft het territorium kunnen beschermen tegen die indringer.Zijn gegrom heeft er voor gezorgd dat de fietser er niet in kwam.Volgende keer gaat de hond niet meer grommen,maar echt blaffen met een hoge lichaamshouding en weer rijdt de fietser weg.Alweer succes. Geleidelijk aan zal hond feller gaan blaffen en uiteindelijk zelfs zeer agressief reageren op voor zijn voorbijgangers,want dat levert hem nor meer voldoening.Als de hond fietsers namelijk sneller weg uit angst voor die verschrikkelijke hond.Hoe lossen we dit nu op?We zorgen ervoor dar de hond geen beloning meer kan krijgen voor dit agressieve gedrag.Door de fietser niet meer weg te laten rijden,maar huist bij het tuinhek laten staan,ontdekt de hond dat zijn agressie niet meer het gewenste resultaat oplevert.Aanvankelijk zal hij nog agressiever reageren om de fietser alsnog weg te krijgen.Na een tijdje stopt de agressie heel even,op dat moment kan de fietser weer vertrekken.Nu leert de hond dat rustig blijven hem het gewenste resultaat oplevert. Deze oefening dient regelmatig met een zelfde fietser,liefst iemand die niet tot het gezin behoort ,herhaald te worden.Als het bij die ene fietser goed gaat dan wordt de oefening herhaald met een andere fietser.Na enkele fietsers treedt er generalisatie op ,de hond zal nu bij elke fietsende voorbijganger rustig blijven.Een makkelijk hulpmiddel om deze oefening sneller tot een goed einde te brengen is door de fietser wat lekker over het hek te laten gooien als hij of zij bij het hek komt.op die manier wordt de fietser al snel aangezien als brenger van lekkers en niet meer al indringer van het territorium.

Therapieën

Beschreven worden een aantal standaard methoden om problemen op te lossen of te voorkomen. Bij de therapieën wordt gebruik gemaakt van de laatste nieuwe en positieve, hondvriendelijke trainingstechnieken. Ze zijn voor alle honden toe te passen ter voorkoming van problemen. Regels van de roedel:


Problemen oplossen of voorkomen kan haast alleen als er binnen uw gezin een juiste hiërarchie heerst waarbij de hond de laagste plaats binnen de roedel krijgt toebedeeld. Ieder lid van het gezin dient deze regels zo strikt als maar kan na te leven. Verbied de hond de toegang tot bepaalde plaatsen waar andere gezinsleden wel mogen komen (bijvoorbeeld de slaapkamer of het bed).

Laat de hond niet toe in uw bed, op de bank of zonder bevel op schoot. Stop de hond nooit wat toe als u aan het eten bent. Zorg dat u een spel met je hond altijd onder controle houdt en uiteindelijk het spel ook altijd wint. Als baasje neemt u alle beslissingen: u beslist wanneer er wordt gegeten, gewandeld, gespeeld, enzovoort. Wilt u door een nauwe doorgang, dan gaat u altijd eerst, de hond laatst. Ga nooit naar de hond toe, roep hem altijd bij u. Durf gerust uw hond een keer te negeren.

U bepaalt wanneer de hond aandacht krijgt en hij doet dat niet. Spelen met de hond:


Met de hond spelen om problemen op te voorkomen of zelfs op te lossen, ja dat kan. Door regelmatig te spelen is er minder kans dat de hond zich gaat vervelen, maar nog veel belangrijker is dat door het spelen er een sterke de degelijke band ontstaat tussen baas en hond. Die sterke band resulteert in veel meer gehoorzaamheid en respect van de hond voor de baas. Het is dan wel van belang dat de regels van het spel correct worden nageleefd. De baas dient steeds het spel onder controle te houden, de hond mag in geen enkel geval iets in het spel domineren. De baas begint het spel en niet de hond. Het spel dient uiteindelijk altijd door de baas te worden gewonnen, deze krijgt dus altijd de buit, bal of sjortouw. Als deze regels in acht worden genomen kan er in het spel met de hond haast niets meer fout gaan. Apporteerspelletjes zijn heel leuk, maar de sterkste baas-hond relatie krijgt men door contactspelletjes te spelen zoals een sjorspelletje. Ook heel leuk om te doen zijn de zogenaamde zoekspelletjes. De baas verstopt een voorwerp en de hond mag dat voorwerp gaan zoeken. De beloning voor het vinden van het voorwerp zit hem dan in een uitbundig contactspel met de baas. In plaats van gebruik te maken van therapeutisch speelgoed kunt u ook de hond voeren bij een zoekspelletje. Verdeel het voer over meerdere kleine bakjes die u vervolgens verstopt

Aanvankelijk zet u ze gewoon een beetje verspreid neer, later verhoogt u de moeilijkheidsgraad door de bakjes verder uit elkaar en zelfs eens ergens op of onder te zetten. Spannend voor de hond die nu moet werken om zijn portie voor te kunnen verorberen. Van verveling is dan geen sprake meer.



Niets maar dan ook echt niets is zo belangrijk als een goede relatie tussen baas en hond om te maken dat gedragsproblemen degelijk opgelost kunnen worden. Baasjes die te streng zijn voor hun hond zullen waarschijnlijk nooit in staat zijn om angstproblemen weg te werken. Baasjes die niet 'hard' genoeg zijn zullen nooit een geestelijk overwicht kunnen krijgen en komen bij verscheidene typen honden in de problemen met de rangorde. Let op, hier wordt met ‘hard’ niet fysiek bedoeld, maar de geestelijke hardheid om consequent huisregels op te stellen en uit te voeren. Het mag immers nooit de bedoeling zijn om fysiek hard of zelfs fysiek geweld te gebruiken tegen honden. Zij begrijpen dit niet en het werkt alleen maar nadelig in de relatie tussen de baas en zijn hond.

Een relatie tussen baas en hond zou er een moeten zijn van wederzijds respect. De hond hoort zijn baas te respecteren als leider van zijn roedel. De baas dient zijn honden te respecteren als een hond, groot of klein, met een eigen hondentaal en eigen hondenmanieren. Als beste vriend van de mens, maar met in zijn lijf verscholen een beetje wolf.


Een oefening die bij zeer veel gedragsproblemen een ware hulp kan zijn is de aandachtsoefening. Bij het trainen van oefeningen zoals ‘zit’, ‘liggen’, ‘volgen’ aan de lijn en bij nog meer andere oefeningen, is het nodig om steeds de aandacht van de hond te hebben.

Stel: uw hond gehoorzaamt prima. Zal hij het ‘zit-bevel’ perfect uitvoeren als u het snel uitspreekt, terwijl de hond net een heel interessant geurspoor heeft gevonden midden in het bos? Het antwoord zal ‘nee’ zijn. Toch zou de hond perfect het bevel in die situatie kunnen opvolgen, als hij maar aandacht heeft voor diegene die het bevel geeft. Dat is dan ook de reden dat we steeds de naam van de hond uitspreken voordat een commando gegeven wordt,

De naam is dus bedoeld om zijn aandacht te trekken. Jammer genoeg kennen veel honden niet eens fatsoenlijk hun naam. Ze hoeren meer ‘braaf’, ‘foei’, ‘flink’, ‘mag niet’, ‘nee’, ….. dan hun eigen naam. Het is daarom belangrijk om eerst de naam van de hond goed aan te leren. Hiervoor gebruiken we dus een aandachtoefening.

Er is waarschijnlijk geen enkele oefening waar zo weinig aanleerproblemen kunnen zijn als bij een aandachtsoefening. Er zijn ook zoveel verschillende methoden om aandacht te leren dat ik er hier maar één beschrijf die haast voor elke hond goed kan gebruikt worden. Deze beschreven methode is gebaseerd op de clickermethode.

Ga samen met de hond op een plaats staan waar geen afleidingen aanwezig zijn. Wacht geduldig al tot de hond naar uw gezicht kijkt. Op het moment dat hij kijkt zegt u ‘braaf’ en gooit een piepklein snoepje op de grond achter de hond. Let erop dat u eerst braaf zegt en dan pas het snoepje gooit. De hond zal zich van u af draaien om het snoepje te kunnen pakken. Weer wacht u tot de hond u aankijkt en herhaalt de manier van belonen: ‘braaf’ – snoepje op de grond. Hierdoor wordt bereikt dat de hond een repetitief (herhalend) gedrag gaat vertonen. Hij neemt een snoepje en wendt zich weer naar de baas. Gebruik maken van repetitie is een van de snelste manieren om een hond wat te leren. Ook mensen kennen dat. Een versje leert men ook van buiten door het steeds weer opnieuw te lezen of op te zeggen. Vanaf het moment dat de hond steeds naar u kijkt om de beloning die eraan vast hangt, gaan we hem het aandachtsbevel aanleren. Hiervoor gebruiken we zijn naam. Telkens als de hond u aankijkt , spreekt u zijn naam uit. Honden leren namelijk bevelen kennen die door die bevelen uit te spreken samen met het uitvoeren van een gedragshandeling. Na een tijdje merkt u dat de hond zeer vlot reageert als u zijn naam uitspreekt. Na het horen van zijn naam kijkt hij u onmiddellijk aan. De echte aandacht is nu een feit. Let er bij deze oefening goed op dat u de hond alleen beloont om u aan te kijken en niet het snoepje dat u bij u hebt, anders wordt de hond alleen maar voedsel gevoelig en heeft hij helemaal geen aandacht voor u.

Zindelijkheid

Bij een pup zijn we heel verdraagzaam als het op zindelijkheid aankomt. Veroorzaakt de pup eens een keer een ongelukje dan ruimen we dat met plezier op.

Maar duurt de onzindelijkheid langer of blijft zij voortduren dan wordt het voor de meeste mensen een regelrechte ramp.

Aanhoudende onzindelijkheid is misschien wel een van de ergste problemen met soms rampzalige gevolgen.

Mensen zijn snel geneigd om zindelijkheid aan te leren door te straffen als de hond in de fout gaat. In plaats van zindelijk te worden verliest de hond het vertrouwen in de baas. Straffen bij onzindelijkheid is dus absoluut af te raden.


Zindelijk of niet?

Zindelijkheid is voor honden een volkomen natuurlijk gedrag. In de eerste levensweken doen zij hun behoefte gewoon in het nest, hun moeder ruimt dit altijd op. Na een week of vier gaan de pups heel bewust zo ver mogelijk van hun nest vandaan de behoefte doen. Op dat moment zijn ze dus al zindelijk. Dit gedrag wordt door sommige fokkers wel eens om zeep geholpen. Door de pups steeds in een te kleine ruimte te houden en zelden of nooit vrij te laten, krijgen zij niet de kans om zindelijk te worden. Deze pups hebben een reële kans op chronische onzindelijkheid. Het is dus belangrijk om bij de aanschaf van een pup na te gaan of de hondjes voldoende kans hebben gekregen om zindelijk te worden. Laat ook de fokker uit leggen wat hij gedaan heeft om de pups zindelijk te maken.

Anaalklieren

De anaalklieren zijn twee kleine geurkliertjes die in de sluitspier van de anus ingebed liggen. Bij de voorouders van onze honden ( de wolven) gaven ze de ontlasting een speciaal geurtje. Hiermee werd het territorium afgebakend.

Bij onze huishonden is deze functie grotendeels verloren gegaan. De kliertjes zijn er nog wel en kunnen veel overlast veroorzaken door overvuld of ontstoken te raken.

Anaalklier problemen zien we vaker bij bepaalde rassen optreden.

Voorbeelden zijn Cocker Spaniëls, Golden Retrievers, Pinchers, Duitse Herders en Terriërs.


Klachten:

Honden kunnen zelf niet bij hun anaalklieren. Als de kliertjes overvuld of ontstoken zijn gaan ze in de omgeving (rond de staart) zitten likken of bijten, soms tot bloedens toe. Ook het zogenaamde sleetje rijden is een poging van de hond om van de irritante jeuk af te komen. De hond schuift hierbij met z’n achterste plat over de grond, vaak met de achterpoten omhoog.

Een ander probleem is het anaalklierabces (steenpuist). Hierbij is een ontsteking ontstaan in de anaalklier en is het kliertje gevuld met pus.

Dit abces baant zich een weg naar buiten toe. Als het abces nog niet doorgebroken is ziet u naast de anus een zwelling, die zeer pijnlijk is. is het wel doorgebroken dan ziet u naast de anus een klein gaatje waar bloed en etter uitkomt.


Diagnose.

Heeft uw hond jeuk bij de staartwortel, rijdt hij sleetje of ziet u een vreemde zwelling bij zijn anus, dan is de kans groot dat er iets mis is met zijn anaalklieren en is een bezoek aan de dierenarts aan te raden.

Tijdens het onderzoek worden eerst andere oorzaken voor de klachten (lintwormen, vlooien) uitgesloten en vervolgens de anaalklieren van de hond gevoeld. Aangezien de kliertjes in de sluitspier zitten betekent dit dat de hond rectaal onderzocht wordt. Met een vinger in de anus wordt de anaalklier opgezocht en indien nodig leeg gedrukt. Dit is voor de hond onaangenaam, maar alleen bij een ontsteking ook echt pijnlijk. Het stinkt erg!


Behandeling.

In de meeste gevallen is het voldoende als de dierenarts de kliertjes leeg drukt, maar in enkele gevallen is verder behandeling noodzakelijk.

Als de anaalklier ontstoken is, zal hij uw dier een antibioticumkuur voorschrijven, eventueel aangevuld met medicijnen om de jeuk en irritatie de kop in te drukken.

Anaalklierabcessen worden geopend en uitgespoeld, maar dit is meestal zo pijnlijk dat de hond een roesje krijgt. Ook hier wordt met antibioticum nabehandeld om de ontsteking weg te krijgen.

Bij sommige dieren helpt het leeg drukken van de kliertjes maar heel kort. Na enkele weken zijn ze weer vol en beginnen de problemen opnieuw. In deze gevallen is het verstandig om de klieren operatief weg te nemen, de hond is dan definitief van de problemen af.


Operatie.

Zoals gezegd is het mogelijk om de klieren operatief te verwijderen. De hond wordt verdoofd, de haren om de anus worden weggeschoren en de Anaalklieren leeg gedrukt. De klieren worden gevuld met een kunsthars om ze tijdens de operatie makkelijker terug te vinden. Naast de anus wordt een klein sneetje gemaakt en de anaalklier wordt uit de sluitspier gepeld en verwijderd. Vervolgens wordt de wond gehecht. De andere klier wordt op dezelfde wijze behandeld.

De sluitspier mag niet worden beschadigd, want dit kan leiden tot incontinentie ( het niet meer kunnen ophouden van ontlasting)


Samenvattend.

Anaalklierproblemen komen vaak bij honden voor. Meestal is er sprake van jeuk in de buurt van de staart. De problemen zijn goed te behandelen, maar in hardnekkige gevallen (zelden) kan een operatie de aangewezen weg zijn.

Chippen

Jaarlijks lopen in Nederland honderden katten, honden en andere huisdieren weg. Een deel van hen vindt de weg naar huis nooit meer terug. Meestal zijn ze niet herkenbaar en niet geregistreerd. Daardoor is het enorm moeilijk om hun eigenaren terug te vinden! Tatoeages zijn na verloop van tijd vaak niet meer goed te lezen en zijn bovendien niet voor alle diersoorten geschikt. Daarnaast is het tatoeëren bepaald geen pretje voor het dier. Halsbandjes en naamkokertjes kunnen relatief makkelijk worden verloren, vooral tijdens de avontuurlijke tochten die uw huisdier maakt!


Gevonden!

Tegenwoordig is er een nieuwe, unieke identificatiemethode: elektronische identificatie. Vanwege de lange naam ook wel kortweg "chippen" genoemd. Met een chip is uw huisdier altijd te herkennen, want iedere chip heeft een eigen, unieke code. De chip is kleiner dan een dubbeltje, maar voor u en uw huisdier goud waard!


Een chip, wat is dat en hoe wordt hij ingebracht?

De chip is een gesloten buisje van bio-glas, met daarin een microchip en een spoeltje dat als antenne fungeert. Klein is hij zeker: de chip is slechts 8 mm lang en heeft een doorsnede van 1,4 mm! Het bio-glas zorgt ervoor dat de chip niet wordt afgestoten en dat hij met het weefsel vergroeit. Op de microchip is de unieke code opgeslagen. Het spoeltje stuurt deze code naar het afleesapparaat. De chip wordt ter hoogte van de nek door een eenvoudige injectie onder de huid ingebracht.


Een chip aflezen

De code van de chip kan met een afleesapparaat (reader) worden afgelezen.

De chip zelf doet niets; er zit geen batterijtje in en uw huisdier zal niet eens merken dat bij of zij een chip draagt! Pas op het moment dat er een afleesapparaat bij de chip wordt gehouden, gebeurt er iets. Het afleesapparaat geeft een onschadelijk signaal af, waardoor de chip actief wordt en met de identificatiecode van het betreffende dier antwoordt. Invloeden van buitenaf hebben overigens absoluut géén effect op de chip!


Registratie

Nadat uw huisdier bij ons van een chip is voorzien, moet u een regitratieformulier invullen. Deze informatie wordt door ons doorgeven aan Petbase, een speciale databank voor chipcodes en de bijbehorende gegevens. Zodra uw gegevens bekend zijn bij Petbase krijgt u een registratiebevestiging per e-mail. Vanaf dat moment is uw dierbare vriendje altijd weer thuis te brengen!


Buitenland

Neemt u uw huisdier wel eens mee op vakantie? Geen probleem! De door ons gebruikte chip kan namelijk óók in het buitenland gelezen worden, mits 'ISO-standaard' afleesapparatuur wordt gebruikt. Aangezien de identificatiecode van de chip met de Nederlandse landencode begint ('528'), is in het buitenland meteen duidelijk dat er contact moet worden gezocht met een databank in Nederland! Als u uw hond mee wil nemen naar het buitenland moet hij gechipt zijn!


De voordelen van chippen:

· wereldwijde, unieke identificatiecode

· diervriendelijk

· vrijwel onbeperkte levensduur

· snel en eenvoudig in gebruik

· makkelijk afleesbaar met een ISO-afleesapparaat

· geschikt voor vrijwel alle diersoorten

· al op jonge leeftijd toe te passen

· fraudebestendig; de code kan niet worden veranderd

· niet ontsierend (onzichtbaar!)


De chip in het kort:

· wordt per injectie ingebracht

· bevat een unieke identificatiecode, die met de Nederlandse landencode '528' begint

· 8 mm lang en een doorsnede van 1,4 mm -, gehuld in bio-glas dat afstoting voorkomt en vergroeiing met het weefsel bevordert

· bevat geen batterij of andere energiebron

· voldoet aan de ISO-standaard

Bron: Virbac, Back Home Chip

Zoek uw chipnummer op: www.chipdatabase.net

Uw huisdier mee op vakantie

Als u uw huisdier buitenland moet voldoen aan enkele regels. U moet een Europees paspoort hebben voor uw huisdier, uw huisdier moet gechipt zijn en uw huisdier moet ingeënt zijn tegen hondsdolheid (rabiës). Als u deze inenting voor het eerst geeft, moet hij minimaal 21 dagen van tevoren gegeven zijn (hierna om de 3 jaar)!

Actuele informatie over de invoereisen per land kunt u vinden op de website van het LICG.

Teken- vlooien- en wormenbestrijding

Tekenbestrijding:


Teken zijn kleine bruinzwarte parasieten van 1-3 mm groot die zich vastbijten in de huid van de hond of kat en zich daar volzuigen met bloed. Na een dag of vijf zijn ze verzadigd en wel 1 cm groot en laten ze los. Teken komen voor van maart tot november. In bossen, struiken en hoog gras wachten ze op passerende slachtoffers.Teken kunnen infecties en ontstekingen op de plaats van de beet veroorzaken, maar ze kunnen ook verschillende ziekten overbrengen. In ons land de ziekte van Lyme, maar in warmere landen kunnen teken bovendien de ziekte babesiosis overbrengen. Dat is een voor de hond levensbedreigende ziekte, die de rode bloedlichaampjes vernielt. Bloedarmoede, bloedplassen, geelzucht, nierbeschadiging en lusteloosheid zijn de verschijnselen hiervan.Controleer de vacht van de hond na een wandeling door de natuur. Vindt u maar enkele teken, dan kunt u die het beste zo snel mogelijk verwijderen. De kans op besmetting met eventuele ziektes is dan het kleinst. Verdoof de teek niet van tevoren, maar pak hem met een pincet of een tekentang zo dicht mogelijk op de huid van de hond en trek hem met een licht draaiende beweging uit de huid. Ontsmet daarna het wondje met betadinejodium. Zit uw huisdier na een wandeling vol met teken, dan is het ondoenlijk ze allemaal te verwijderen en is het aan te raden het dier met een speciale shampoo te wassen. Heeft uw huisdier regelmatig teken, dan is het aan te raden preventief een middel toe te passen dat aanhechting voorkomt of de teek zo snel mogelijk doodt. In de kliniek verkopen we speciale tekentangetjes die het verwijderen van teken erg makkelijk maken. Diverse onderzoeken hebben aangetoond dat ze van goede kwaliteit zijn en zowel bij mens als dier gebruikt kunnen worden. Ook zijn er speciale tekenhaakjes verkrijgbaar, waarmee de teken ook gemakkelijk kunnen worden verwijderd. Bovendien beschikken wij over de nieuwste middelen om teken op een veilige en effectieve manier te doden, waarvan sommige tegelijk vlooien bestrijden. We adviseren u graag over de meest geschikte methodes om bij uw huisdier teken aan te pakken en zo besmetting met ernstige ziekten te voorkomen.

Voor een vakantie in zuidelijke landen hebben wij speciale tekenbanden, die niet alleen tegen teken werken, maar ook de zandvliegen doodt die Leismaniasis overbrengen, een ziekte die onder andere bloedafwijkingen en nierproblemen veroorzaakt. Soms komen deze verschijnselen nog jaren na besmetting naar voren.


Vlooienbestrijding:


Vlooien zijn voor dier en mens een ware plaag. Vooral na de vakantie kunnen ernstige vlooienplagen de thuiskomst goed verzieken. Zover moet u het eigenlijk niet laten komen. Een continue bestrijding van vlooien op uw huisdier(en) met de juiste middelen is voldoende om uw huisdier een kriebelvrij leven te bezorgen. Waarom een continue bestrijding? Omdat vlooien van warmte houden en tegenwoordig de huizen centraal verwarmd worden. Dus behalve voor ons wordt ook voor de vlo een aangenaam klimaat geschapen met als gevolg dat deze zich ook ‘s winters rustig blijft vermeerderen met alle gevolgen van dien. Behalve jeuk kunnen vlooien ook echte allergie veroorzaken bij uw huisgenoot. Ze kunnen zelfs als gastheer voor de lintworm dienen en deze zo op de hond of kat overbrengen. Verstandig is dus ook 2 x per jaar uw huisdier een wormkuur te geven. U ziet het, redenen genoeg om deze lastige springers op afstand te houden. Nu bestaan er zeer veel middelen zoals banden, sprays, druppels, shampoos enz. die u overal kunt kopen, maar waarvan de meeste niet of nauwelijks nog effectief zijn. De reden is dat na een aantal jaren de vlo ongevoelig (resistent) is geworden voor deze niet meer zo werkzame stoffen. Beter is het dus moderne middelen aan te schaffen die (nog) geen resistentie vertonen. Hiervan zijn er een aantal bij uw dierenarts te koop. Tevens kunnen wij u zonodig verder voorlichten over wat voor u het meest geschikte product is. We zullen deze producten wat nader beschouwen.


Wormenbestrijding:


Spoelwormen en lintwormen:

De meest voorkomende wormsoorten bij hond en kat zijn spoelwormen (officieel Toxocara en Toxascaris genaamd) en lintwormen (Dipylidium). Beide soorten leven in de dunne darm. Op deze pagina leest u hoe uw hond of kat met deze wormen in aanraking kan komen, waaraan u een besmetting herkent en hoe u deze aanpakt. Onderaan de pagina kunt u tevens informatie vinden over een aantal minder bekende wormen.

Spoelwormen:

In Nederland komen spoelwormen bij 5 tot 10% van de honden en katten in de darmen voor. Ze leven in de dunne darm, zijn geelwit tot roze van kleur en rond van vorm. Spoelwormen kunnen van enkele centimeters tot wel achttien centimeter lang worden. U ziet de wormen vrijwel nooit in de ontlasting, maar soms wel in het braaksel. Als de wormen ingedroogd zijn, zien ze eruit als opgerolde elastiekjes. Spoelwormen produceren veel eitjes die met de ontlasting worden uitgescheiden. De eitjes zijn niet zichtbaar met het blote oog. Ze zijn pas na enkele weken besmettelijk als zich in het eitje een larf heeft ontwikkeld.

Hoe kan uw hond of kat besmet raken?:

Besmetting kan optreden als uw hond of kat gegeten heeft van besmette prooidieren of van grond waarin de spoelwormeitjes aanwezig zijn. Een besmetting kan zo ook telkens opnieuw plaatsvinden. Eenmaal in de darm komen de larfjes vrij uit de eitjes. Bij volwassen honden en katten ontwikkelen de larfjes zich meestal niet verder en gaan over in een rusttoestand in weefsels als de darm, lever en long. Bijna alle honden en katten komen in hun leven wel eens een keer in aanraking met spoelwormeitjes en hebben als gevolg daarvan larfjes in rustfase in hun lichaam.

Als vrouwelijke dieren drachtig zijn, maken de larven een trektocht naar de baarmoeder (hond) en de melkklieren (hond en kat). Op deze manier kunnen kittens zich besmetten via de moedermelk en pups daarnaast ook nog, vóór de geboorte, in de baar-moeder. Het is daarom niet vreemd dat nagenoeg alle pups en veel kittens last hebben van spoelwormen.

Hoe kunt u zien of uw hond of kat spoelwormen heeft?:

Wormen verminderen de conditie van een huisdier. Vooral met spoelwormen besmette pups (soms ook kittens) groeien slecht. Ze blijven mager, maar kunnen desondanks een 'dik' buikje hebben. Ze kunnen diarree en gasvorming krijgen omdat wormen de darmwerking verstoren. Soms braken de dieren de wormen uit. Of ze hoesten de larven op als deze op hun trektocht door het lichaam de longen passeren, waarna ze worden doorgeslikt. Bij volwassen honden en katten merkt u meestal niets van een spoelworminfectie. Soms is er sprake van wat dunne ontlasting en zijn ze niet optimaal in conditie. Een infectie is dan alleen aan te tonen door microscopisch onderzoek van de ontlasting op de aanwezigheid van wormeitjes.

Spoelwormeitjes kunnen ook de mens besmetten:

Spoelwormeitjes kunnen overal in onze omgeving zijn, zowel binnen als buiten. Ze zijn vrijwel ongevoelig voor grote hitte of vorst. De eitjes zijn zelfs na lange tijd nog steeds besmettelijk. Mensen, met name kleine kinderen, kunnen zich besmetten door contact met besmette grond (zandbak, tuin, park). De larven die na een besmetting uit de eitjes komen, maken ook bij de mens een trektocht door het lichaam en kunnen overal kleine ontstekingen veroor-zaken. Dat is bijvoorbeeld gevaarlijk als het om de ogen gaat. De larven ontwikkelen zich bij mensen overigens niet tot volwassen wormen, maar blijven in een rustfase. Uiteindelijk gaan ze te gronde, omdat ze door het lichaam worden opgeruimd.


Wat kunt u tegen spoelwormen doen?:

Ontworm uw hond of kat volgens het onderstaande schema!

FOKTEVEN: ONTWORM DE TEEF VÓÓR DE LOOPSHEID WAARIN ZE WORDT GEDEKT. VERDER NA DE GEBOORTE TEGELIJK MET DE BEHANDELING VAN DE PUPS.

PUPS OP DE LEEFTIJD VAN 2, 4 EN 6 WEKEN, DAARNA OP 2, 4 EN 6 MAANDEN.

POEZEN VÓÓR DE DRACHT EN DAARNA TEGELIJK MET DE KITTENS OP 4 WEKEN.

KITTENS OP 4, 6 EN 8 WEKEN, VERVOLGENS OP 4 EN 6 MAANDEN.

VOLWASSEN HONDEN EN KATTEN MINIMAAL TWEE, MAAR LIEFST VIER KEER PER JAAR.

Als u wormen ziet, behandel het dier dan vaker. Denk eraan dat u alle aanwezige honden en katten tegelijk behandelt.

Aanvullende maatregelen:

Deze maatregelen zijn vooral bedoeld om als mens niet onnodig met de ontlasting van uw huisdier in aanraking te komen: verwijder de ontlasting die aan de haren kleeft rond de anus van hond of kat; reinig regelmatig de ligplaatsen van hond of kat; verschoon dagelijks de kattenbak; dek de zandbak af, zodat katten daar hun behoefte niet in kunnen doen; laat huisdieren niet uit op kinderspeelplaatsen en ruim de ontlasting van uw dier direct op (schepje, zakje)!


Lintwormen:

Lintwormen van hond en kat leven in de dunne darm en kunnen, afhankelijk van de soort, van één centimeter tot wel enkele meters lang zijn. Ze zijn wit van kleur en afgeplat van vorm. Lintwormen bestaan uit een kop en een groot aantal segmentjes die gevuld zijn met eitjes. De kop zit vast aan de darmwand. Als de achterste segmentjes rijp zijn, laten ze los en kruipen uit de anus. Soms zijn ze zichtbaar in de ontlasting of kleven aan de vacht. Als de segmenten indrogen zien ze eruit als rijstkorrels. Ze zijn dan vaak te vinden rond de anus en de staart en op plaatsen waar het dier heeft gelegen. Over het algemeen zal uw hond of kat niet ziek zijn van een lintworminfectie.

Hoe komt uw huisdier aan een lintworm?:

Vlooienlarven kunnen de eitjes eten die uit de ingedroogde segmenten vrijkomen. De larve, die in het eitje zit, ontwikkelt zich in de vlo tot blaasworm. Als uw hond of kat de vlo opeet, komt de blaasworm in de darmen terecht en kan daar weer uitgroeien tot een volwassen lintworm. Ook muizen en andere prooidieren kunnen zich besmetten door de eitjes van andere soorten lintwormen te eten. Door een muis te vangen en op te eten raakt uw kat eveneens besmet.

Kan een mens ook besmet raken?:

De gewone honden- en kattenlintworm kan in een enkel geval een kind besmetten, als deze besmette vlooienlarven opeet van de vloer. Dit heeft echter geen nadelige gevolgen.

Wat kunt u tegen lintwormen doen?:

Ontworm uw hond of kat altijd als u stukjes lintworm ziet. Maak de ligplaatsen altijd goed schoon en bestrijd vlooien bij alle aanwezige huisdieren en hun omgeving.

Haak- of mijnwormen:

Deze wormen leven in de dunne darm van hond of kat en voeden zich met bloed. Bij een zware besmetting kan door beschadiging van de darmwand een bloederige diarree en ernstige bloedarmoede ontstaan. Haak- of mijnwormen komen gelukkig weinig voor in Nederland.

Zweepwormen:

Zweepwormen leven in de dikke darm van de hond en zijn vier tot zeven centimeter lang. Ze veroorzaken bij zware besmetting een bloederige diarree. Ook kan bloedarmoede optreden. Net als sommige haakwormen vormen ze voornamelijk een probleem in kennels.

Longwormen:

Bij honden, en vooral katten, komen steeds vaker longwormen voor. Dit is het gevolg van het eten van besmette prooidieren.

Vossenlintworm (Echinococcus):

De vossenlintworm is zeer gevaarlijk voor de mens. De worm komt in grote delen van Europa voor en is inmiddels ook in Nederland bij vossen (en zwerfhonden) aangetroffen.

Kleine knaagdieren eten de eitjes die door de vos zijn uitgescheiden. Vossen infecteren zich door vervolgens weer de besmette knaagdieren op te eten. Een mens kan zich besmetten door contact met vossen-uitwerpselen, door eitjes uit gronddeeltjes of door het eten van wilde bosvruchten of zelf geplukte bospaddestoelen waarop deze eitjes kunnen zitten. Eet deze alleen na grondig wassen. Bij de mens ontwikkelt zich vanuit het ei een larve die gestaag uitgroeit tot een zogenaamde blaasworm, een soort vochtblaas. Meestal bevindt deze zich in de lever, maar soms ook elders in het lichaam.

Het grootste probleem vormt het feit dat uit deze vochtblazen na verloop van tijd nieuwe blaaswormpjes ontstaan, die elders in het lichaam uitgroeien.

Honden die contact hebben met vossenontlasting kunnen drager worden van de vossenlintworm. Ze hebben daar zelf geen last van, maar kunnen wel eitjes uitscheiden die besmettelijk zijn voor de mens. Vermijd daarom het contact tussen uw hond en een vos of zijn uitwerpselen en behandel honden die toch risico lopen regelmatig tegen lintworm. Raak om deze reden een (dode) vos nooit aan.

Toxoplasma:

Omdat de besmetting eveneens via ontlasting (van katten) loopt, lijkt het bij 'toxoplasma' ook om een worm te gaan. Dat is echter niet zo. Toxoplasma is een parasiet.

Toxoplasma is een inwendige kattenparasiet. De mens kan toxoplasma oplopen via de ontlasting van jonge katten, maar ook via de besmette grond (de tuin), ongewassen groenten en rauw vlees. Katten scheiden de eitjes van de parasiet slechts gedurende enkele weken uit. De eitjes kapselen in en zijn na twee dagen besmettelijk voor mens en dier. Honden en katten zijn er zelf echter zelden ziek van.

De ziekteverschijnselen bij de mens zijn meestal vaag en lijken het meest op griep. Een besmetting is vooral gevaarlijk voor ongeboren kinderen.

Zwangere vrouwen moeten daarom extra opletten dat ze het vlees voldoende verhitten, de groente goed wassen en alle contact met kattenontlasting vermijden. Draag handschoenen bij het verschonen van de kattenbak en het tuinieren!

Giardia

Giardia is een veel voorkomende infectie. Honden die met Giardia besmet raken worden niet altijd ziek. Met name jonge honden en honden met een verminderde weerstand krijgen klachten in de vorm van diarree en braken. De beste behandeling van Giardia bij de hond is met Panacur (fenbendazol) of Dolthene (oxfendazol). De prognose is gunstig maar herinfectie kan optreden. Het is belangrijk te beseffen dat ook mensen ziek kunnen worden van Giardia.

 

Besmetting met Giardia bij de hond:

De Giardia parasiet die in de darmen zit noemen we een trophozoiet. Deze trophozoieten worden in de ontlasting uitgescheiden. Na een korte periode als dusdanig in de buitenwereld te zijn geweest zal deze trophozoiet een wand om zichzelf maken en een oöcyst gaan vormen. Dit zijn een soort eitjes die twee (nog niet volledig complete) trophozoieten bevatten. In deze vorm kan de oöcyst lange tijd overleven (meerdere maanden).

Als een hond of kat een dergelijke oöcyst inneemt zal de wand van de oöcyst verteren en komen de twee trophozoieten vrij waarna er een besmetting kan plaatsvinden. Honden en katten kunnen zich dus besmetten met Giardia met name door indirect contact met ontlasting van andere dieren, bijvoorbeeld op grasvelden en wegen.

 

Op plekken waar honden en katten hun behoefte doen kunnen dieren besmet worden met Giardia.

 

Symptomen van Giardia bij de hond

  • Met name jonge dieren of dieren met een verminderde weerstand worden ziek van Giardia. Gemiddeld duurt het ca 1-2 weken voordat er symptomen ontstaan. Deze zijn:Diarree
  • Buikpijn
  • Winderigheid
  • Slijm en/of bloed bij de ontlasting.
  • Algemeen ziek en sloom.

Niet ieder dier dat besmet wordt met Giardia zal ziek worden.

Honden en katten kunnen soms behoorlijk ziek worden van Giardia.

 

Diagnose van Giardia bij de hond:

De diagnose van Giardia kan lastig zijn. Een dier dat besmet is met Giardia zal niet continu parasieten uitscheiden in de ontlasting. De diagnose kan gesteld worden via een laboratorium test die we kunnen uitvoeren. Deze test toont antigenen van gairdia aan en is veel gevoeliger dan microscopisch onderzoek.


Behandeling van Giardia bij de hond:

  • Met medicijnen is Giardiosis goed te behandelen. Dit zijn de meest voorgeschreven medicijnen:Fenbendazole (Panacur)
  • Oxfendazol (Dolthene)
  • Metronidazole

Het raadzaam om de infectiedruk verminderen, door dagelijks ontlasting te verwijderen en omgeving zo droog mogelijk te houden.

Ook het wassen van een besmet dier is belangrijk. Omdat oöcysten (soortement eitjes van Giardia) lang kunnen overleven en vastgehecht kunnen zitten aan de vacht is het verstandig een dier na de behandeling te wassen