Therapieën

Beschreven worden een aantal standaard methoden om problemen op te lossen of te voorkomen. Bij de therapieën wordt gebruik gemaakt van de laatste nieuwe en positieve, hondvriendelijke trainingstechnieken. Ze zijn voor alle honden toe te passen ter voorkoming van problemen. Regels van de roedel:


Problemen oplossen of voorkomen kan haast alleen als er binnen uw gezin een juiste hiërarchie heerst waarbij de hond de laagste plaats binnen de roedel krijgt toebedeeld. Ieder lid van het gezin dient deze regels zo strikt als maar kan na te leven. Verbied de hond de toegang tot bepaalde plaatsen waar andere gezinsleden wel mogen komen (bijvoorbeeld de slaapkamer of het bed).

Laat de hond niet toe in uw bed, op de bank of zonder bevel op schoot. Stop de hond nooit wat toe als u aan het eten bent. Zorg dat u een spel met je hond altijd onder controle houdt en uiteindelijk het spel ook altijd wint. Als baasje neemt u alle beslissingen: u beslist wanneer er wordt gegeten, gewandeld, gespeeld, enzovoort. Wilt u door een nauwe doorgang, dan gaat u altijd eerst, de hond laatst. Ga nooit naar de hond toe, roep hem altijd bij u. Durf gerust uw hond een keer te negeren.

U bepaalt wanneer de hond aandacht krijgt en hij doet dat niet. Spelen met de hond:


Met de hond spelen om problemen op te voorkomen of zelfs op te lossen, ja dat kan. Door regelmatig te spelen is er minder kans dat de hond zich gaat vervelen, maar nog veel belangrijker is dat door het spelen er een sterke de degelijke band ontstaat tussen baas en hond. Die sterke band resulteert in veel meer gehoorzaamheid en respect van de hond voor de baas. Het is dan wel van belang dat de regels van het spel correct worden nageleefd. De baas dient steeds het spel onder controle te houden, de hond mag in geen enkel geval iets in het spel domineren. De baas begint het spel en niet de hond. Het spel dient uiteindelijk altijd door de baas te worden gewonnen, deze krijgt dus altijd de buit, bal of sjortouw. Als deze regels in acht worden genomen kan er in het spel met de hond haast niets meer fout gaan. Apporteerspelletjes zijn heel leuk, maar de sterkste baas-hond relatie krijgt men door contactspelletjes te spelen zoals een sjorspelletje. Ook heel leuk om te doen zijn de zogenaamde zoekspelletjes. De baas verstopt een voorwerp en de hond mag dat voorwerp gaan zoeken. De beloning voor het vinden van het voorwerp zit hem dan in een uitbundig contactspel met de baas. In plaats van gebruik te maken van therapeutisch speelgoed kunt u ook de hond voeren bij een zoekspelletje. Verdeel het voer over meerdere kleine bakjes die u vervolgens verstopt

Aanvankelijk zet u ze gewoon een beetje verspreid neer, later verhoogt u de moeilijkheidsgraad door de bakjes verder uit elkaar en zelfs eens ergens op of onder te zetten. Spannend voor de hond die nu moet werken om zijn portie voor te kunnen verorberen. Van verveling is dan geen sprake meer.



Niets maar dan ook echt niets is zo belangrijk als een goede relatie tussen baas en hond om te maken dat gedragsproblemen degelijk opgelost kunnen worden. Baasjes die te streng zijn voor hun hond zullen waarschijnlijk nooit in staat zijn om angstproblemen weg te werken. Baasjes die niet 'hard' genoeg zijn zullen nooit een geestelijk overwicht kunnen krijgen en komen bij verscheidene typen honden in de problemen met de rangorde. Let op, hier wordt met ‘hard’ niet fysiek bedoeld, maar de geestelijke hardheid om consequent huisregels op te stellen en uit te voeren. Het mag immers nooit de bedoeling zijn om fysiek hard of zelfs fysiek geweld te gebruiken tegen honden. Zij begrijpen dit niet en het werkt alleen maar nadelig in de relatie tussen de baas en zijn hond.

Een relatie tussen baas en hond zou er een moeten zijn van wederzijds respect. De hond hoort zijn baas te respecteren als leider van zijn roedel. De baas dient zijn honden te respecteren als een hond, groot of klein, met een eigen hondentaal en eigen hondenmanieren. Als beste vriend van de mens, maar met in zijn lijf verscholen een beetje wolf.


Een oefening die bij zeer veel gedragsproblemen een ware hulp kan zijn is de aandachtsoefening. Bij het trainen van oefeningen zoals ‘zit’, ‘liggen’, ‘volgen’ aan de lijn en bij nog meer andere oefeningen, is het nodig om steeds de aandacht van de hond te hebben.

Stel: uw hond gehoorzaamt prima. Zal hij het ‘zit-bevel’ perfect uitvoeren als u het snel uitspreekt, terwijl de hond net een heel interessant geurspoor heeft gevonden midden in het bos? Het antwoord zal ‘nee’ zijn. Toch zou de hond perfect het bevel in die situatie kunnen opvolgen, als hij maar aandacht heeft voor diegene die het bevel geeft. Dat is dan ook de reden dat we steeds de naam van de hond uitspreken voordat een commando gegeven wordt,

De naam is dus bedoeld om zijn aandacht te trekken. Jammer genoeg kennen veel honden niet eens fatsoenlijk hun naam. Ze hoeren meer ‘braaf’, ‘foei’, ‘flink’, ‘mag niet’, ‘nee’, ….. dan hun eigen naam. Het is daarom belangrijk om eerst de naam van de hond goed aan te leren. Hiervoor gebruiken we dus een aandachtoefening.

Er is waarschijnlijk geen enkele oefening waar zo weinig aanleerproblemen kunnen zijn als bij een aandachtsoefening. Er zijn ook zoveel verschillende methoden om aandacht te leren dat ik er hier maar één beschrijf die haast voor elke hond goed kan gebruikt worden. Deze beschreven methode is gebaseerd op de clickermethode.

Ga samen met de hond op een plaats staan waar geen afleidingen aanwezig zijn. Wacht geduldig al tot de hond naar uw gezicht kijkt. Op het moment dat hij kijkt zegt u ‘braaf’ en gooit een piepklein snoepje op de grond achter de hond. Let erop dat u eerst braaf zegt en dan pas het snoepje gooit. De hond zal zich van u af draaien om het snoepje te kunnen pakken. Weer wacht u tot de hond u aankijkt en herhaalt de manier van belonen: ‘braaf’ – snoepje op de grond. Hierdoor wordt bereikt dat de hond een repetitief (herhalend) gedrag gaat vertonen. Hij neemt een snoepje en wendt zich weer naar de baas. Gebruik maken van repetitie is een van de snelste manieren om een hond wat te leren. Ook mensen kennen dat. Een versje leert men ook van buiten door het steeds weer opnieuw te lezen of op te zeggen. Vanaf het moment dat de hond steeds naar u kijkt om de beloning die eraan vast hangt, gaan we hem het aandachtsbevel aanleren. Hiervoor gebruiken we zijn naam. Telkens als de hond u aankijkt , spreekt u zijn naam uit. Honden leren namelijk bevelen kennen die door die bevelen uit te spreken samen met het uitvoeren van een gedragshandeling. Na een tijdje merkt u dat de hond zeer vlot reageert als u zijn naam uitspreekt. Na het horen van zijn naam kijkt hij u onmiddellijk aan. De echte aandacht is nu een feit. Let er bij deze oefening goed op dat u de hond alleen beloont om u aan te kijken en niet het snoepje dat u bij u hebt, anders wordt de hond alleen maar voedsel gevoelig en heeft hij helemaal geen aandacht voor u.