Katten

Soorten katten

· haarloze kat

· kortharige katten

· langharige katten


Haarloze katten:

Alle katten die in het verleden 'haarloos' of 'kaal' werden genoemd hadden in werkelijkheid op zijn minst een donzig dekje over het lichaam. Af en toe wordt er helaas een kale kat geboren uit normaal behaarde ouders en het merkwaardige uiterlijk van deze dieren trekt vaak de aandacht van de mensen. Voorbeelden haarloze katten: Mexicaanse haarloze kat, sfinx.


Kortharige katten:

Je kunt korthaar-rassen indelen in verschillende types: stevig gebouwde katten, slank gebouwde katten, extreem slank gebouwd type. Voorbeelden van kortharige katten: tabby katten, europees korthaar gevlekt, manx, europees korthaar crème.


Langharige katten:

Langharige katten waren tot het einde van de 16e eeuw in Europa onbekend. Toen bracht de Franse wetenschapper Nicolas Fabri de Peiresc een langharige kat mee uit Turkije. Tegenwoordig zie je overal langharige katten. Voorbeelden langharige katten: de pers, angora, Turkse kat, maine coon.

Verzorging van uw kat

Voorkomen is altijd beter dan genezen en met wat preventieve zorg blijft een kat gelukkig en gezond. Hieronder komt een beschrijving van de verzorging van de nagels tot en met de verzorging van de vacht.


Nagelverzorging:

De nagels van de kat groeien voortdurend. De oude, afgesleten nagelschede wordt verwijderd doordat de kat haar nagels slijt of ze met haar tanden aftrekt; eronder zit een scherpe, nieuwe nagel. Wanneer mensen zich zorgen maken dat hun kat een nagel verloren heeft, hebben ze het waarschijnlijk mis: wat ze gevonden hebben is de nagelschede. Een krab van een kat kan pijnlijk zijn en het meubilair beschadigen. Dat kan echter zonder trauma voor de kat, vermeden worden door de nagels te knippen met een gewoon nagelknippertje voor menselijk gebruik of een nagelschaartje. Houd de kat stevig vast (maakt ze bezwaren, schakel dan de hulp van een vriend in om haar vast te houden, terwijl je knipt), plaats je duim bovenop de poot en je vingers eronder. Haal het uiteinde van de klauw weg, ongeveer 3,5 mm, pas op dat je niet in het levend vlees knipt, want dat heeft een flinke bloeding tot gevolg.

Als je, je onzeker voelt, vraag dan of de dierenarts een keer wil voordoen.


Oogverzorging:

De kat heeft soms een derde ooglid (knipvlies), dat is soms te zien is in de ooghoek. Dat kan een eerste teken zijn van ziekte of oogletsel. Maar het kan ook alleen maar betekenen dat de kat wat magerder is geworden: het oog rudt op een vetkussentje dat kleiner kan worden waardoor het derde ooglid over het oog kan schuiven.

Gezonde ogen hoeven alleen maar zo af en toe schoongeveegd te worden met vochtige watten. Valt je iets ongewoons op rond, vertroebeling, afscheiding, scheelzien of het derde ooglid, ga dan direct naar de dierenarts. Is een oog uit de kas geraakt, probeer het dan niet terug te plaatsen. Houd het oog nat met lauwwarm water en breng de kat met spoed naar de dierenarts.


Oorverzorging:

De oren van sommige katten hoeven nooit schoongemaakt te worden, die van andere katten, vooral sommige raskatten, moeten op zijn minst elke paar dagen worden schoongemaakt. Maak de oren schoon met een wattenstaafje, maar pas op dat je het oorkanaal niet dichtdrukt. Of gebruik wat met plantaardige olie bevochtigde watten, waarmee je de kat geen pijn kunt doen, maar die de oren niet zo goed schoonmaken als een wattenstaafje. Schudt de kat constant met haar hoofd en krabt zij zich, dan heeft ze misschien oor mijten. Behandel deze niet zelf, maar ga naar de dierenarts. Raadpleeg ook de dierenarts wanneer de oren ruiken, van binnen rood zijn, als er een bruin wasachtige afscheiding uitkomt of als de kat haar oren in de zon verbrand heeft (vooral bij witte katten).


Mondverzorging:

Katten krijgen net zoals mensen maar twee stel tanden, dus de verzorging daarvan is heel belangrijk. Hoewel sommige dierenartsen tegenwoordig vullingen aanbrengen in kattentanden en er kapjes bestaan voor op de tanden, is mondverzorging voor onze huisdieren geen zaak van deze tijd. Voor de meeste kattenbezitters is de beste en goedkoopste mondverzorging nog altijd gewoon poetsen om aanslag te voorkomen, al denken vele van hen daar niet aan. De melktandjes van een kat breken tijdens de eerste vier levensweken door het tandvlees heen en met zes tot acht weken heeft het dier een volledig gebit van 25 tanden. Er kunnen zich problemen voordoen wanneer tussen de derde en zevende maand het blijvend gebit doorkomt en de melktandjes worden weggedrukt. In de meeste gevallen worden ze dan zonder dat er iemand erg in heeft doorgeslikt. Voordat je gat proberen om de tanden van je kat te poetsen, moet je je kat eraan laten wennen dat je met je vingers in haar mond komt. Probeer enkele weken lang op een vaste dag simpelweg de lippen van je kat op te tillen door je vinger en duim aan beide kanten van de mond te plaatsen en deze op te tillen. Maakt je kat hiertegen geen bezwaar meer, ga dan met je vingers langs haar tanden. Pas dan is het tijd om de tandenborstel tevoorschijn te halen (gebruik hierbij een kindertandenborstel), gebruik geen tandpasta voor menselijk gebruik, maar tandpasta met bijvoorbeeld een soort vleessmaakje.


Borstelen en vachtverzorging:

Op de buik van een kat staan wel 18.000 haren per cm2 en op de rug 9000 per cm2. Ze zijn te verdelen in drie soorten; de dikke bovenvacht haren, die relatief weerbestendig zijn, de donzige ondervacht haren, die zorgen voor isolatie en de spaarzame, borstelige tussenvacht haren. De vacht is het dikste in de winter, wanneer de spieren bij de haarwortels zich samentrekken om de vacht te laten uitstaan. De verzorging van de vacht moet niet helemaal aan de kat worden overgelaten. Het enigste instrument waarmee een kat haar vacht kan verzorgen is haar tong die, hoewel ze effectief als kam functioneert, een ingebouwd afvoerprobleem heeft. Alle vacht die blijft hangen aan de stekeltjes op de tong kan niet worden uitgespuugd en moet worden doorgeslikt. Als de kat deze haren niet kan uitscheiden, kunnen er haarballen in de ingewanden komen te zitten. Door je kat regelmatig, bij voorkeur dagelijks te kammen, zorg je er niet alleen voor dat ze er mooi uitziet, maar bevorder je ook haar gezondheid en welzijn. Jonge katjes worden eerst door hun moeder verzorgd als ze nog te jong zijn om zichzelf te verzorgen.

Voeding van uw kat

Een kat moet ten minste twee maal per dag gevoerd worden. Als je je kat twee keer per dag voert in plaats van een keer, geef haar dan bij elke maaltijd de helft van haar dagelijks eten en niet telkens zoveel als ze nodig heeft. Katten hebben ongeveer 80 tot 90 calorieën per dag nodig per kilo lichaamsgewicht. Verminder deze hoeveelheid als je kat te dik wordt en geef wat meer als je kat probeert je goudvis op te eten.Op verschillende momenten in haar leven heeft een poes grotere behoefte aan voedsel. Tijdens de zwangerschap of zoogperiode moet zij zoveel kunnen eten als zij wil, waarschijnlijk eet ze drie tot vier keer zoveel als normaal. Jonge katjes eten ook meer dan een volwassen kat, omdat zij extra energie nodig hebben om te groeien.

In onze winkel vind u verschillende soorten brokken voor de kat.


Chippen

Jaarlijks lopen in Nederland honderden katten, honden en andere huisdieren weg. Een deel van hen vindt de weg naar huis nooit meer terug. Meestal zijn ze niet herkenbaar en niet geregistreerd. Daardoor is het enorm moeilijk om hun eigenaren terug te vinden! Tatoeages zijn na verloop van tijd vaak niet meer goed te lezen en zijn bovendien niet voor alle diersoorten geschikt. Daarnaast is het tatoeëren bepaald geen pretje voor het dier. Halsbandjes en naamkokertjes kunnen relatief makkelijk worden verloren, vooral tijdens de avontuurlijke tochten die uw huisdier maakt!


Gevonden!

Tegenwoordig is er een nieuwe, unieke identificatiemethode: elektronische identificatie. Vanwege de lange naam ook wel kortweg "chippen" genoemd. Met een chip is uw huisdier altijd te herkennen, want iedere chip heeft een eigen, unieke code. De chip is kleiner dan een dubbeltje, maar voor u en uw huisdier goud waard!


Een chip, wat is dat en hoe wordt hij ingebracht?

De chip is een gesloten buisje van bio-glas, met daarin een microchip en een spoeltje dat als antenne fungeert. Klein is hij zeker: de chip is slechts 8 mm lang en heeft een doorsnede van 1,4 mm! Het bio-glas zorgt ervoor dat de chip niet wordt afgestoten en dat hij met het weefsel vergroeit. Op de microchip is de unieke code opgeslagen. Het spoeltje stuurt deze code naar het afleesapparaat. De chip wordt ter hoogte van de nek door een eenvoudige injectie onder de huid ingebracht.


Een chip aflezen

De code van de chip kan met een afleesapparaat (reader) worden afgelezen.

De chip zelf doet niets; er zit geen batterijtje in en uw huisdier zal niet eens merken dat bij of zij een chip draagt! Pas op het moment dat er een afleesapparaat bij de chip wordt gehouden, gebeurt er iets. Het afleesapparaat geeft een onschadelijk signaal af, waardoor de chip actief wordt en met de identificatiecode van het betreffende dier antwoordt. Invloeden van buitenaf hebben overigens absoluut géén effect op de chip!


Registratie

Nadat uw huisdier bij ons van een chip is voorzien, moet u een regitratieformulier invullen. Deze informatie wordt door ons doorgeven aan Petbase, een speciale databank voor chipcodes en de bijbehorende gegevens. Zodra uw gegevens bekend zijn bij Petbase krijgt u een registratiebevestiging per e-mail. Vanaf dat moment is uw dierbare vriendje altijd weer thuis te brengen!


Buitenland

Neemt u uw huisdier wel eens mee op vakantie? Geen probleem! De door ons gebruikte chip kan namelijk óók in het buitenland gelezen worden, mits 'ISO-standaard' afleesapparatuur wordt gebruikt. Aangezien de identificatiecode van de chip met de Nederlandse landencode begint ('528'), is in het buitenland meteen duidelijk dat er contact moet worden gezocht met een databank in Nederland! Als u uw hond mee wil nemen naar het buitenland moet hij gechipt zijn!


De voordelen van chippen:

· wereldwijde, unieke identificatiecode

· diervriendelijk

· vrijwel onbeperkte levensduur

· snel en eenvoudig in gebruik

· makkelijk afleesbaar met een ISO-afleesapparaat

· geschikt voor vrijwel alle diersoorten

· al op jonge leeftijd toe te passen

· fraudebestendig; de code kan niet worden veranderd

· niet ontsierend (onzichtbaar!)


De chip in het kort:

· wordt per injectie ingebracht

· bevat een unieke identificatiecode, die met de Nederlandse landencode '528' begint

· 8 mm lang en een doorsnede van 1,4 mm -, gehuld in bio-glas dat afstoting voorkomt en vergroeiing met het weefsel bevordert

· bevat geen batterij of andere energiebron

· voldoet aan de ISO-standaard

Bron: Virbac, Back Home Chip

Zoek uw chipnummer op: www.chipdatabase.net

Uw huisdier mee op vakantie

Als u uw huisdier buitenland moet voldoen aan enkele regels. U moet een Europees paspoort hebben voor uw huisdier, uw huisdier moet gechipt zijn en uw huisdier moet ingeënt zijn tegen hondsdolheid (rabiës). Als u deze inenting voor het eerst geeft, moet hij minimaal 21 dagen van tevoren gegeven zijn (hierna om de 3 jaar)!

Actuele informatie over de invoereisen per land kunt u vinden op de website van het LICG.

Teken- vlooien- en wormenbestrijding

Tekenbestrijding:


Teken zijn kleine bruinzwarte parasieten van 1-3 mm groot die zich vastbijten in de huid van de hond of kat en zich daar volzuigen met bloed. Na een dag of vijf zijn ze verzadigd en wel 1 cm groot en laten ze los. Teken komen voor van maart tot november. In bossen, struiken en hoog gras wachten ze op passerende slachtoffers.Teken kunnen infecties en ontstekingen op de plaats van de beet veroorzaken, maar ze kunnen ook verschillende ziekten overbrengen. In ons land de ziekte van Lyme, maar in warmere landen kunnen teken bovendien de ziekte babesiosis overbrengen. Dat is een voor de hond levensbedreigende ziekte, die de rode bloedlichaampjes vernielt. Bloedarmoede, bloedplassen, geelzucht, nierbeschadiging en lusteloosheid zijn de verschijnselen hiervan.Controleer de vacht van de hond na een wandeling door de natuur. Vindt u maar enkele teken, dan kunt u die het beste zo snel mogelijk verwijderen. De kans op besmetting met eventuele ziektes is dan het kleinst. Verdoof de teek niet van tevoren, maar pak hem met een pincet of een tekentang zo dicht mogelijk op de huid van de hond en trek hem met een licht draaiende beweging uit de huid. Ontsmet daarna het wondje met betadinejodium. Zit uw huisdier na een wandeling vol met teken, dan is het ondoenlijk ze allemaal te verwijderen en is het aan te raden het dier met een speciale shampoo te wassen. Heeft uw huisdier regelmatig teken, dan is het aan te raden preventief een middel toe te passen dat aanhechting voorkomt of de teek zo snel mogelijk doodt. In de kliniek verkopen we speciale tekentangetjes die het verwijderen van teken erg makkelijk maken. Diverse onderzoeken hebben aangetoond dat ze van goede kwaliteit zijn en zowel bij mens als dier gebruikt kunnen worden. Ook zijn er speciale tekenhaakjes verkrijgbaar, waarmee de teken ook gemakkelijk kunnen worden verwijderd. Bovendien beschikken wij over de nieuwste middelen om teken op een veilige en effectieve manier te doden, waarvan sommige tegelijk vlooien bestrijden. We adviseren u graag over de meest geschikte methodes om bij uw huisdier teken aan te pakken en zo besmetting met ernstige ziekten te voorkomen.

Voor een vakantie in zuidelijke landen hebben wij speciale tekenbanden, die niet alleen tegen teken werken, maar ook de zandvliegen doodt die Leismaniasis overbrengen, een ziekte die onder andere bloedafwijkingen en nierproblemen veroorzaakt. Soms komen deze verschijnselen nog jaren na besmetting naar voren.


Vlooienbestrijding:


Vlooien zijn voor dier en mens een ware plaag. Vooral na de vakantie kunnen ernstige vlooienplagen de thuiskomst goed verzieken. Zover moet u het eigenlijk niet laten komen. Een continue bestrijding van vlooien op uw huisdier(en) met de juiste middelen is voldoende om uw huisdier een kriebelvrij leven te bezorgen. Waarom een continue bestrijding? Omdat vlooien van warmte houden en tegenwoordig de huizen centraal verwarmd worden. Dus behalve voor ons wordt ook voor de vlo een aangenaam klimaat geschapen met als gevolg dat deze zich ook ‘s winters rustig blijft vermeerderen met alle gevolgen van dien. Behalve jeuk kunnen vlooien ook echte allergie veroorzaken bij uw huisgenoot. Ze kunnen zelfs als gastheer voor de lintworm dienen en deze zo op de hond of kat overbrengen. Verstandig is dus ook 2 x per jaar uw huisdier een wormkuur te geven. U ziet het, redenen genoeg om deze lastige springers op afstand te houden. Nu bestaan er zeer veel middelen zoals banden, sprays, druppels, shampoos enz. die u overal kunt kopen, maar waarvan de meeste niet of nauwelijks nog effectief zijn. De reden is dat na een aantal jaren de vlo ongevoelig (resistent) is geworden voor deze niet meer zo werkzame stoffen. Beter is het dus moderne middelen aan te schaffen die (nog) geen resistentie vertonen. Hiervan zijn er een aantal bij uw dierenarts te koop. Tevens kunnen wij u zonodig verder voorlichten over wat voor u het meest geschikte product is. We zullen deze producten wat nader beschouwen.


Wormenbestrijding:


Spoelwormen en lintwormen:

De meest voorkomende wormsoorten bij hond en kat zijn spoelwormen (officieel Toxocara en Toxascaris genaamd) en lintwormen (Dipylidium). Beide soorten leven in de dunne darm. Op deze pagina leest u hoe uw hond of kat met deze wormen in aanraking kan komen, waaraan u een besmetting herkent en hoe u deze aanpakt. Onderaan de pagina kunt u tevens informatie vinden over een aantal minder bekende wormen.

Spoelwormen:

In Nederland komen spoelwormen bij 5 tot 10% van de honden en katten in de darmen voor. Ze leven in de dunne darm, zijn geelwit tot roze van kleur en rond van vorm. Spoelwormen kunnen van enkele centimeters tot wel achttien centimeter lang worden. U ziet de wormen vrijwel nooit in de ontlasting, maar soms wel in het braaksel. Als de wormen ingedroogd zijn, zien ze eruit als opgerolde elastiekjes. Spoelwormen produceren veel eitjes die met de ontlasting worden uitgescheiden. De eitjes zijn niet zichtbaar met het blote oog. Ze zijn pas na enkele weken besmettelijk als zich in het eitje een larf heeft ontwikkeld.

Hoe kan uw hond of kat besmet raken?:

Besmetting kan optreden als uw hond of kat gegeten heeft van besmette prooidieren of van grond waarin de spoelwormeitjes aanwezig zijn. Een besmetting kan zo ook telkens opnieuw plaatsvinden. Eenmaal in de darm komen de larfjes vrij uit de eitjes. Bij volwassen honden en katten ontwikkelen de larfjes zich meestal niet verder en gaan over in een rusttoestand in weefsels als de darm, lever en long. Bijna alle honden en katten komen in hun leven wel eens een keer in aanraking met spoelwormeitjes en hebben als gevolg daarvan larfjes in rustfase in hun lichaam.

Als vrouwelijke dieren drachtig zijn, maken de larven een trektocht naar de baarmoeder (hond) en de melkklieren (hond en kat). Op deze manier kunnen kittens zich besmetten via de moedermelk en pups daarnaast ook nog, vóór de geboorte, in de baar-moeder. Het is daarom niet vreemd dat nagenoeg alle pups en veel kittens last hebben van spoelwormen.

Hoe kunt u zien of uw hond of kat spoelwormen heeft?:

Wormen verminderen de conditie van een huisdier. Vooral met spoelwormen besmette pups (soms ook kittens) groeien slecht. Ze blijven mager, maar kunnen desondanks een 'dik' buikje hebben. Ze kunnen diarree en gasvorming krijgen omdat wormen de darmwerking verstoren. Soms braken de dieren de wormen uit. Of ze hoesten de larven op als deze op hun trektocht door het lichaam de longen passeren, waarna ze worden doorgeslikt. Bij volwassen honden en katten merkt u meestal niets van een spoelworminfectie. Soms is er sprake van wat dunne ontlasting en zijn ze niet optimaal in conditie. Een infectie is dan alleen aan te tonen door microscopisch onderzoek van de ontlasting op de aanwezigheid van wormeitjes.

Spoelwormeitjes kunnen ook de mens besmetten:

Spoelwormeitjes kunnen overal in onze omgeving zijn, zowel binnen als buiten. Ze zijn vrijwel ongevoelig voor grote hitte of vorst. De eitjes zijn zelfs na lange tijd nog steeds besmettelijk. Mensen, met name kleine kinderen, kunnen zich besmetten door contact met besmette grond (zandbak, tuin, park). De larven die na een besmetting uit de eitjes komen, maken ook bij de mens een trektocht door het lichaam en kunnen overal kleine ontstekingen veroor-zaken. Dat is bijvoorbeeld gevaarlijk als het om de ogen gaat. De larven ontwikkelen zich bij mensen overigens niet tot volwassen wormen, maar blijven in een rustfase. Uiteindelijk gaan ze te gronde, omdat ze door het lichaam worden opgeruimd.


Wat kunt u tegen spoelwormen doen?:

Ontworm uw hond of kat volgens het onderstaande schema!

FOKTEVEN: ONTWORM DE TEEF VÓÓR DE LOOPSHEID WAARIN ZE WORDT GEDEKT. VERDER NA DE GEBOORTE TEGELIJK MET DE BEHANDELING VAN DE PUPS.

PUPS OP DE LEEFTIJD VAN 2, 4 EN 6 WEKEN, DAARNA OP 2, 4 EN 6 MAANDEN.

POEZEN VÓÓR DE DRACHT EN DAARNA TEGELIJK MET DE KITTENS OP 4 WEKEN.

KITTENS OP 4, 6 EN 8 WEKEN, VERVOLGENS OP 4 EN 6 MAANDEN.

VOLWASSEN HONDEN EN KATTEN MINIMAAL TWEE, MAAR LIEFST VIER KEER PER JAAR.

Als u wormen ziet, behandel het dier dan vaker. Denk eraan dat u alle aanwezige honden en katten tegelijk behandelt.

Aanvullende maatregelen:

Deze maatregelen zijn vooral bedoeld om als mens niet onnodig met de ontlasting van uw huisdier in aanraking te komen: verwijder de ontlasting die aan de haren kleeft rond de anus van hond of kat; reinig regelmatig de ligplaatsen van hond of kat; verschoon dagelijks de kattenbak; dek de zandbak af, zodat katten daar hun behoefte niet in kunnen doen; laat huisdieren niet uit op kinderspeelplaatsen en ruim de ontlasting van uw dier direct op (schepje, zakje)!


Lintwormen:

Lintwormen van hond en kat leven in de dunne darm en kunnen, afhankelijk van de soort, van één centimeter tot wel enkele meters lang zijn. Ze zijn wit van kleur en afgeplat van vorm. Lintwormen bestaan uit een kop en een groot aantal segmentjes die gevuld zijn met eitjes. De kop zit vast aan de darmwand. Als de achterste segmentjes rijp zijn, laten ze los en kruipen uit de anus. Soms zijn ze zichtbaar in de ontlasting of kleven aan de vacht. Als de segmenten indrogen zien ze eruit als rijstkorrels. Ze zijn dan vaak te vinden rond de anus en de staart en op plaatsen waar het dier heeft gelegen. Over het algemeen zal uw hond of kat niet ziek zijn van een lintworminfectie.

Hoe komt uw huisdier aan een lintworm?:

Vlooienlarven kunnen de eitjes eten die uit de ingedroogde segmenten vrijkomen. De larve, die in het eitje zit, ontwikkelt zich in de vlo tot blaasworm. Als uw hond of kat de vlo opeet, komt de blaasworm in de darmen terecht en kan daar weer uitgroeien tot een volwassen lintworm. Ook muizen en andere prooidieren kunnen zich besmetten door de eitjes van andere soorten lintwormen te eten. Door een muis te vangen en op te eten raakt uw kat eveneens besmet.

Kan een mens ook besmet raken?:

De gewone honden- en kattenlintworm kan in een enkel geval een kind besmetten, als deze besmette vlooienlarven opeet van de vloer. Dit heeft echter geen nadelige gevolgen.

Wat kunt u tegen lintwormen doen?:

Ontworm uw hond of kat altijd als u stukjes lintworm ziet. Maak de ligplaatsen altijd goed schoon en bestrijd vlooien bij alle aanwezige huisdieren en hun omgeving.

Haak- of mijnwormen:

Deze wormen leven in de dunne darm van hond of kat en voeden zich met bloed. Bij een zware besmetting kan door beschadiging van de darmwand een bloederige diarree en ernstige bloedarmoede ontstaan. Haak- of mijnwormen komen gelukkig weinig voor in Nederland.

Zweepwormen:

Zweepwormen leven in de dikke darm van de hond en zijn vier tot zeven centimeter lang. Ze veroorzaken bij zware besmetting een bloederige diarree. Ook kan bloedarmoede optreden. Net als sommige haakwormen vormen ze voornamelijk een probleem in kennels.

Longwormen:

Bij honden, en vooral katten, komen steeds vaker longwormen voor. Dit is het gevolg van het eten van besmette prooidieren.

Vossenlintworm (Echinococcus):

De vossenlintworm is zeer gevaarlijk voor de mens. De worm komt in grote delen van Europa voor en is inmiddels ook in Nederland bij vossen (en zwerfhonden) aangetroffen.

Kleine knaagdieren eten de eitjes die door de vos zijn uitgescheiden. Vossen infecteren zich door vervolgens weer de besmette knaagdieren op te eten. Een mens kan zich besmetten door contact met vossen-uitwerpselen, door eitjes uit gronddeeltjes of door het eten van wilde bosvruchten of zelf geplukte bospaddestoelen waarop deze eitjes kunnen zitten. Eet deze alleen na grondig wassen. Bij de mens ontwikkelt zich vanuit het ei een larve die gestaag uitgroeit tot een zogenaamde blaasworm, een soort vochtblaas. Meestal bevindt deze zich in de lever, maar soms ook elders in het lichaam.

Het grootste probleem vormt het feit dat uit deze vochtblazen na verloop van tijd nieuwe blaaswormpjes ontstaan, die elders in het lichaam uitgroeien.

Honden die contact hebben met vossenontlasting kunnen drager worden van de vossenlintworm. Ze hebben daar zelf geen last van, maar kunnen wel eitjes uitscheiden die besmettelijk zijn voor de mens. Vermijd daarom het contact tussen uw hond en een vos of zijn uitwerpselen en behandel honden die toch risico lopen regelmatig tegen lintworm. Raak om deze reden een (dode) vos nooit aan.

Toxoplasma:

Omdat de besmetting eveneens via ontlasting (van katten) loopt, lijkt het bij 'toxoplasma' ook om een worm te gaan. Dat is echter niet zo. Toxoplasma is een parasiet.

Toxoplasma is een inwendige kattenparasiet. De mens kan toxoplasma oplopen via de ontlasting van jonge katten, maar ook via de besmette grond (de tuin), ongewassen groenten en rauw vlees. Katten scheiden de eitjes van de parasiet slechts gedurende enkele weken uit. De eitjes kapselen in en zijn na twee dagen besmettelijk voor mens en dier. Honden en katten zijn er zelf echter zelden ziek van.

De ziekteverschijnselen bij de mens zijn meestal vaag en lijken het meest op griep. Een besmetting is vooral gevaarlijk voor ongeboren kinderen.

Zwangere vrouwen moeten daarom extra opletten dat ze het vlees voldoende verhitten, de groente goed wassen en alle contact met kattenontlasting vermijden. Draag handschoenen bij het verschonen van de kattenbak en het tuinieren!