De hond is al jaren lang een erg populair huisdier. Vroeger werd hij echter voor heel veel verschillende doeleinde gebruikt zoals de jacht of het bewaken van het huis. Hieronder meer over de afkomst en informatie over de voeding, de verzorging en nog veel meer.
De afkomst:
Over de afstamming van onze honden is in de loop der jaren veel gesproken en wellicht nog meer geschreven. Sommige beschouwen als directe voorvaders de echte wilde honden, zoals de Zuid-Afrikaanse hyenahond. Andere houden het ervoor, dat slechts de wolf en de jakhals als zodanig in aanmerking komen. Ook vergelijking van het gebit pleit voor deze laatste veronderstelling.
Maar inmiddels zijn de geleerden het er over eens dat onze huishonden afstammen van de wolven. Als we honden op straat bekijken zien we hele kleintjes, bijzonder, grote, langharige, kortharige en ga zo maar door. Het valt dan moeilijk in te denken, dat dit allemaal ergens kleine of grote 'wolfjes' zouden zijn. De mensen gaan ervan uit dat de grote honden afstammen van de grote Noorse wolven en dat de kleinere honden afstammen van de kleinere wolven uit de zuidelijke streken. Dit verklaart natuurlijk nog niet waarom bijvoorbeeld de ene hond staande oren en de andere hangoren heeft. De oorzaak hiervan is dat er menselijke invloeden aan te pas zijn gekomen. Toen de hond namelijk tot huisdier werd gemaakt door de mens, gebeurde dit met het doel de getemde wolven voor bepaalde doeleinden te gebruiken. De eerste taken van de tamme wolven zullen het waken en vooral de hulp bij de jacht zijn geweest.
Verschillende Rassen:
Nederland heeft sinds 1 januari 1977 een eigen indeling, waardoor op Nederlandse tentoonstellingen en clubmatches de volgende negen rasgroepen te zien zijn:
· dogachtigen
· windhonden
· herdershonden
· staande jachthonden, spaniels en retrievers
· terriërs
· lopende honden en dashonden
· keesachtigen en poolhonden
· pinschers en schnauzers
· gezelschapshonden
De bastaard, ofwel het vuilnisbakkenras, valt natuurlijk buiten deze rassoorten.
De kenmerken van de hond:
Een groot aantal mensen denkt dat een hond gewoon een hond is, en realiseert zich daarbij niet dat er vele honderden soorten bestaan. Elke ras heeft zijn eigen kenmerken. Dit zijn niet alleen uiterlijke kenmerken zoals schofthoogte en gewicht, maar ook kenmerkende eigenschappen in het gedrag van de hond. Voor de specifieke eigenschappen raden wij u aan een rashonden boek te raadplegen of onderaan deze pagina te klikken op de link naar een site over rashonden.
De verzorging van uw hond:
Kammen en borstelen:
De verzorging van een hond is heel erg belangrijk.
Een hond moet regelmatig worden geborsteld om zijn vacht in goede conditie te houden. De lichaamsverzorging zorgt er namelijk ook voor dat de hond gehoorzaam blijft, want het borstelen van de kop en de rug is een belangrijke manier om de hond te laten zien dat jij zijn baas bent.Sommige rassen gaan af en toe in de rui en moeten dan elke dag geborsteld of gekamd worden. Wanneer je dit bij je hond doet, kun je gelijk controleren of de hond last heeft van vlooien of huidinfecties. Borstel of kam de vacht in de richting van de haren. Wassen:
De meeste volwassen honden hebben af en toe een bad nodig, maar puppy's hoeven alleen maar te worden afgeveegd met een warme, vochtige doek. Gebruik bij het wassen van de hond speciale hondenshampoo. Want vaak zijn de meeste soorten zeep en shampoos van de mens niet mild genoeg voor de hond en kunnen zorgen voor irritaties. Trimmen:
Van sommige langharige hondenrassen en Terriërs moet de vacht regelmatig worden getrimd. Daar zijn speciale hondentrimmers voor, bij een hondenkapsalon. Nagels:
Als de hond vaak op straat loopt dan slijten zijn nagels vanzelf. Je moet er altijd voor zorgen dat de nagels van de hond niet te lang zijn, want dan kunnen ze niet meer goed lopen.
Om de nagels van de hond te knippen gebruik je een speciale nageltang. Gebit:
Net als bij ons, moet het gebit bij de hond ook goed verzorgd worden. Bij honden kun je ze speciale tandenborstelkluifjes geven. Dat houdt het gebit van de honden gezond.
De voeding voor uw hond: De hond moet ook elke dag eten. Het aantal malen dat je hem eten geeft is afhankelijk van de hoeveelheid eten u hem per keer geeft en wat voor voeding hij of zij krijgt. Een volwassen hond kunt u het beste één of twee maal per dag te eten geven. Wat voor soort voedsel u hem geeft is ook afhankelijk van de hond. Het makkelijkste is het geven van brokken en een bakje water.
In onze winkel vind u verschillende soorten brokken voor de hond.
Agressie naar eigen gezinsleden:
Honden die agressief gedrag vertonen naar eigen gezinsleden worden regelmatig als vals of dominant bestempeld. Meestal heeft dit agressieve gedrag niet zozeer te maken met dominantie, maar met een rangordeprobleem binnen het gezin.
Honden zijn roedeldieren en in een roedel is er altijd een hiërarchie met aan de top een roedelleider. Omdat veel mensen de taal van honden niet kennen, laten zij onbewust hun hond de leider in hun gezin (roedel) zijn. De hond heeft dus een leidersrang gekregen en zal ervoor waken dat zijn, noem het maar onderdanen, zich gedragen zoals dat in een roedel hoort. Telkens als er een gezinslid een fout maakt, reageert de roedelleider hierop met een correctie. De bazen appreciëren dit gedrag van hun hond niet en geven hem dan al snel straf. De hond interpreteert dat als een protestsignaal van een lagere in rang. Hierop zal de hond nog sterker moeten corrigeren, waardoor hij als agressieveling door het leven gaat. Er is hier dus eigenlijk helemaal geen sprake van blinde agressie van de hond naar de gezinsleden, maar van een dom misverstand. In dit geval is het niet nodig om aan de agressie op zich te werken, maar aan een nieuwe en degelijke roedelstructuur. Iedereen in het gezin dient op de hiërarchische ladder boven de hond uit te staan, zodat de hond op de laagste plaats komt binnen het gezin. Als de hond eenmaal op de laagste plaats is gekomen, zal hij het ook niet meer in zijn hoofd halen om de andere gezinsleden tot de orde te roepen en dan is de zogenaamde agressie verdwenen. Om te bereiken dat de hond op deze laagste plaats terechtkomt, dient ieder gezinslid strikt de regels van de roedel toe te passen (zie therapieën)
Bron: Erik Sannen Honden problemen oplossen
Angst en agressie:
Angst en agressie worden in één hoofdstuk behandeld omdat dit waarschijnlijk de meest voorkomende problemen zijn, maar nog belangrijker, dit zijn het soort problemen waar zeer veel verwarring over bestaat. Er is geen enkel gedragsprobleem als angst en agressie dat zo vaak verkeerd wordt aangepakt. Hierdoor worden de problemen alleen maar erger. Angst en agressie worden zeer dikwijls verkeerd ingeschat. Men is er van overtuigd dat zijn hond agressief is, terwijl hij eigenlijk alleen maar angstig is. Andersom is dat ook vaak het geval. Een voorbeeld is de blaffende hond naar de stofzuiger. Daarvan veronderstelt men dat hij de stofzuiger wel zou willen aanvallen, zo kwaad is hij er op. In werkelijkheid hebben deze honden meestal angst voor de stofzuiger en gebruiken zij vormen van agressie om hun angsten onder controle te krijgen. Deze honden kun je dus niet agressief noemen, ze zijn angstig. Mogelijke oorzaken van angst:
· Slechte inprenting en socialisatie
· Traumatische ervaringen
· Pijn
· Niet goed aangeleerd
· Gebrek aan leiderschap van de baas Mogelijk oorzaken van agressie:
· Slechte inprenting en socialisatie
· Traumatische ervaringen
· Pijn
· Niet goed aangeleerd
· Gebrek aan leiderschap van de baas Uit deze tabellen valt op dat de mogelijke oorzaken van zowel angst als agressie precies dezelfde kunnen zijn. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het voor de meeste mensen ook zeer moeilijk is om een onderscheid te maken tussen angst en agressie. Angst en agressieproblemen worden vaak behoorlijk onderschat of juist versterkt. We horen soms: “mijn hond bijt mij wel eens maar dat doet hij alleen om te spelen”.
Bijten is bijten en kan nooit worden getolereerd, dit is simpelweg agressie. Om angst en agressieproblemen aan te pakken is het dus absoluut noodzakelijk om het probleem juist te analyseren, zodat er een duidelijk beeld is van de oorzaak. Zonder een bekende oorzaak wordt het al heel moeilijk om het probleem correct aan te pakken. Daarbij is het ook nodig een minimum aan kennis te bezitten over de lichaamstaal van honden. Door middel van hun lichaamstaal maken zij of zij angstig, dan wel agressief zijn. De gehele houding is belangrijk, maar vooral ook de stand van de oren, staart en kijkrichting van de ogen geven te kennen welk gevoel de hond heeft. Over deze lichaamstaal bestaat al zo veel informatie dat we het hier houden op een zeer summiere beschrijving. Signalen die kunnen wijzen op angst:
· Wegdraaien van het hoofd
· Oren naar achteren gericht
· Staart laag dragen of zelfs onder de buik
· Lage algemene houding
· Stresssignalen zoals: krabben, geeuwen, uitschudden, doelloos rondsnuffelen, hijgen
· Laat dreigend het volledige gebit zien (angstagressie) Signalen die kunnen wijzen op agressie:
· Strak aankijken
· Oren staan hoog of ver naar voren gericht
· Staart wordt hoog gedragen
· Hoge algemene houding
· Laat bij dreiging alleen de voorste tanden zijn. Hierna volgen enkele veel voorkomende vormen van angst en agressie en de mogelijke oplossingen voor die problemen. Hierbij moet wel gezegd worden dat zowel angst als agressieproblemen zeer goed moeten worden geanalyseerd en dat dikwijls professionele hulp geen overbodige luxe is. Angst van harde geluiden:
Onweer, harde knallen, vuurwerk, voorbijrijdende auto’s of motoren zijn voor veel honden geen pretje. Sommige honden kruipen van angst onder een kast, andere worden zeer zenuwachtig en lopen jankend en blaffend in het rond. De baasjes vonden dit zielig en gaan de honden troosten en vertroetelen hen uit medelijden. De honden interpreteren dit troosten echter totaal anders dan mensen. Voor de hond is dit slechts een bevestiging van zijn angst. De hond ziet dat het baasje hem troost en dus er zal wel degelijk iets aan de hand zijn. Het baasje troost dus in feite niet, hij maakt de angsten alleen maar erger. Laat dus nooit zien dat u ook angstig bent en ga hem zeker niet troosten. Door het angstgedrag van de hond te negeren verdwijnt de angst bij de meeste honden vanzelf. Hij ziet immers dat zijn baasje deze geluiden helemaal niet erg vindt. Als het baasje deze geluiden normaal vindt dan zal er ook wel niets ergs aan de hand zijn! Natuurlijk zal negeren van het angstgedrag niet voor alle honden een oplossing betekenen. Een tweede zeer effectieve oplossing is door de harde geluiden een signaal te maken dat er iets leuks op komst is. Onweer betekent geen angst maar plezier. Hiervoor kunt u een CD of cassette gebruiken waarop de geluiden staan waarvoor de hond angst heeft. U zet het geluid zeer zachtjes aan. Het moet zo zacht staan dat er aan de hond nog niets van angst of stress te merken is. (zie signalen die kunnen wijzen op angst). Vervolgens gaat u uitbundig met de hond spelen. Herhaal dit regelmatig. Na enkele sessies zet u geleidelijk het volume van het geluid hoger, maar let er wel op dat u steeds onder het stressniveau van de hond blijft.
U zult merken dat na een tijdje de hond het geluid als startsignaal ziet om te spelen en niet meer als naar ervaart. Bij extreme angsten of als de angsten voortvloeien uit een traumatische ervaring kunt u het best de hulp inroepen van een deskundige. Ondersteuning door medicatie kan in sommige gevallen eveneens raadzaam zijn.
Bron: Erik Sannen Honden problemen oplossen
Praktijk voor Kynologische gedragsbegeleiding:
Cornalie Meijer Zwarte Dijk 45 5121 ZA Rijen.
Tel: 0161-220395 / mobiel 06-40324044
e-mail: tuindershof@planet.nl
Territorium Agressie:
De twee meest voorkomende vormen van territoriumagressie zijn gericht op voorbijgangers (agressie aan omheining) en die naar bezoekers.Het gaat in beide gevallen om agressie naar vreemden,niet leden van het gezin of van de roedel.Honden zijn roedeldieren en een van de taken binnen een roedel is de kern van het territorium te verdedigen.In deze vorm van verdedigen neemt de rodelleider altijd het heft in handen.Dat wil zeggen dat de hoogste in rang beslist over het al dan niet aanvallen van een indringer.Met die kennis wordt het ook meteen duidelijk waar een mogelijke oorzaak is te vinden voor deze agressie.De hond staat binnen het gezin te hoog in de rang waardoor hij het is die de beslissingen kan nemen over het verdrijven van bezoekers.In de eerste plaats dienden de rangen in het gezin te worden aangepast dat de hond niet de hoogste maar de laagste rang krijgt.Hiervoor worden de regels van de roedel toegepast (zie therapieën).Een tweede Belangrijke oorzaak van territoriumagressie is te vinden in het zelfbelonende gedrag van de agressie.Stel de hond zit buiten bij het tuinhek.Er komt net een fietser aanrijden.De hond ziet de fietser en ziet ook dat deze in de richting van de kern van de territorium rijdt.Dit vorm dus een regelrechte bedreiging voor de roedel.Ne begint de hond te grommen en wat blijkt? De fietser rijd gewoon weer weg.Die fietser was natuurlijk niet van plan om het territorium binnen te dringen,maar zo ziet de hond het niet.De hond legt al heel snel een verband tussen zijn grommen en het weer wegrijden van de fietser.De hond is dus beloond voor zijn gegrom.Hij heeft het territorium kunnen beschermen tegen die indringer.Zijn gegrom heeft er voor gezorgd dat de fietser er niet in kwam.Volgende keer gaat de hond niet meer grommen,maar echt blaffen met een hoge lichaamshouding en weer rijdt de fietser weg.Alweer succes. Geleidelijk aan zal hond feller gaan blaffen en uiteindelijk zelfs zeer agressief reageren op voor zijn voorbijgangers,want dat levert hem nor meer voldoening.Als de hond fietsers namelijk sneller weg uit angst voor die verschrikkelijke hond.Hoe lossen we dit nu op?We zorgen ervoor dar de hond geen beloning meer kan krijgen voor dit agressieve gedrag.Door de fietser niet meer weg te laten rijden,maar huist bij het tuinhek laten staan,ontdekt de hond dat zijn agressie niet meer het gewenste resultaat oplevert.Aanvankelijk zal hij nog agressiever reageren om de fietser alsnog weg te krijgen.Na een tijdje stopt de agressie heel even,op dat moment kan de fietser weer vertrekken.Nu leert de hond dat rustig blijven hem het gewenste resultaat oplevert. Deze oefening dient regelmatig met een zelfde fietser,liefst iemand die niet tot het gezin behoort ,herhaald te worden.Als het bij die ene fietser goed gaat dan wordt de oefening herhaald met een andere fietser.Na enkele fietsers treedt er generalisatie op ,de hond zal nu bij elke fietsende voorbijganger rustig blijven.Een makkelijk hulpmiddel om deze oefening sneller tot een goed einde te brengen is door de fietser wat lekker over het hek te laten gooien als hij of zij bij het hek komt.op die manier wordt de fietser al snel aangezien als brenger van lekkers en niet meer al indringer van het territorium.
Bron: Erik Sannen Honden problemen oplossen
Therapieën:
Beschreven worden een aantal standaard methoden om problemen op te lossen of te voorkomen. Bij de therapieën wordt gebruik gemaakt van de laatste nieuwe en positieve, hondvriendelijke trainingstechnieken. Ze zijn voor alle honden toe te passen ter voorkoming van problemen. Regels van de roedel:
Problemen oplossen of voorkomen kan haast alleen als er binnen uw gezin een juiste hiërarchie heerst waarbij de hond de laagste plaats binnen de roedel krijgt toebedeeld. Ieder lid van het gezin dient deze regels zo strikt als maar kan na te leven. Verbied de hond de toegang tot bepaalde plaatsen waar andere gezinsleden wel mogen komen (bijvoorbeeld de slaapkamer of het bed).
Laat de hond niet toe in uw bed, op de bank of zonder bevel op schoot. Stop de hond nooit wat toe als u aan het eten bent. Zorg dat u een spel met je hond altijd onder controle houdt en uiteindelijk het spel ook altijd wint. Als baasje neemt u alle beslissingen: u beslist wanneer er wordt gegeten, gewandeld, gespeeld, enzovoort. Wilt u door een nauwe doorgang, dan gaat u altijd eerst, de hond laatst. Ga nooit naar de hond toe, roep hem altijd bij u. Durf gerust uw hond een keer te negeren.
U bepaalt wanneer de hond aandacht krijgt en hij doet dat niet. Spelen met de hond:
Met de hond spelen om problemen op te voorkomen of zelfs op te lossen, ja dat kan. Door regelmatig te spelen is er minder kans dat de hond zich gaat vervelen, maar nog veel belangrijker is dat door het spelen er een sterke de degelijke band ontstaat tussen baas en hond. Die sterke band resulteert in veel meer gehoorzaamheid en respect van de hond voor de baas. Het is dan wel van belang dat de regels van het spel correct worden nageleefd. De baas dient steeds het spel onder controle te houden, de hond mag in geen enkel geval iets in het spel domineren. De baas begint het spel en niet de hond. Het spel dient uiteindelijk altijd door de baas te worden gewonnen, deze krijgt dus altijd de buit, bal of sjortouw. Als deze regels in acht worden genomen kan er in het spel met de hond haast niets meer fout gaan. Apporteerspelletjes zijn heel leuk, maar de sterkste baas-hond relatie krijgt men door contactspelletjes te spelen zoals een sjorspelletje. Ook heel leuk om te doen zijn de zogenaamde zoekspelletjes. De baas verstopt een voorwerp en de hond mag dat voorwerp gaan zoeken. De beloning voor het vinden van het voorwerp zit hem dan in een uitbundig contactspel met de baas. In plaats van gebruik te maken van therapeutisch speelgoed kunt u ook de hond voeren bij een zoekspelletje. Verdeel het voer over meerdere kleine bakjes die u vervolgens verstopt
Aanvankelijk zet u ze gewoon een beetje verspreid neer, later verhoogt u de moeilijkheidsgraad door de bakjes verder uit elkaar en zelfs eens ergens op of onder te zetten. Spannend voor de hond die nu moet werken om zijn portie voor te kunnen verorberen. Van verveling is dan geen sprake meer. Aandachtsoefening:
Niets maar dan ook echt niets is zo belangrijk als een goede relatie tussen baas en hond om te maken dat gedragsproblemen degelijk opgelost kunnen worden. Baasjes die te streng zijn voor hun hond zullen waarschijnlijk nooit in staat zijn om angstproblemen weg te werken. Baasjes die niet hard genoeg zijn zullen nooit een geestelijk overwicht kunnen krijgen en komen bij verscheidene typen honden in de problemen met de rangorde. Let op, hier wordt met ‘hard’ niet fysiek bedoeld, maar de geestelijke hardheid om consequent huisregels op te stellen en uit te voeren. Het mag immers nooit de bedoeling zijn om fysiek hard of zelfs fysiek geweld te gebruiken tegen honden. Zij begrijpen dit niet en het werkt alleen maar nadelig in de relatie tussen de baas en zijn hond.
Een relatie tussen baas en hond zou er een moeten zijn van wederzijds respect. De hond hoort zijn baas te respecteren als leider van zijn roedel. De baas dient zijn honden te respecteren als een hond, groot of klein, met een eigen hondentaal en eigen hondenmanieren. Als beste vriend van de mens, maar met in zijn lijf verscholen een beetje wolf.
Een oefening die bij zeer veel gedragsproblemen een ware hulp kan zijn is de aandachtsoefening. Bij het trainen van oefeningen zoals ‘zit’, ‘liggen’, ‘volgen’ aan de lijn en bij nog meer andere oefeningen, is het nodig om steeds de aandacht van de hond te hebben.
Stel: uw hond gehoorzaamt prima. Zal hij het ‘zit-bevel’ perfect uitvoeren als u het snel uitspreekt, terwijl de hond net een heel interessant geurspoor heeft gevonden midden in het bos? Het antwoord zal ‘neen’ zijn. Toch zou de hond perfect het bevel in die situatie kunnen opvolgen, als hij maar aandacht heeft voor diegene die het bevel geeft. Dat is dan ook de reden dat we steeds de naam van de hond uitspreken voordat een commando gegeven wordt,
De naam is dus bedoeld om zijn aandacht te trekken. Jammer genoeg kennen veel honden niet eens fatsoenlijk hun naam. Ze hoeren meer ‘braaf’, ‘foei’, ‘flink’, ‘mag niet’, ‘neen’, ….. dan hun eigen naam. Het is daarom belangrijk om eerst de naam van de hond goed aan te leren. Hiervoor gebruiken we dus een aandachtoefening. Aandacht leren:
Er is waarschijnlijk geen enkele oefening waar zo weinig aanleerproblemen kunnen zijn als bij een aandachtsoefening. Er zijn ook zoveel verschillende methoden om aandacht te leren dat ik er hier maar één beschrijf die haast voor elke hond goed kan gebruikt worden. Deze beschreven methode is gebaseerd op de clickermethode, Ga samen met de hond op een plaats staan waar geen afleidingen aanwezig zijn. Wacht geduldig al tot de hond naar uw gezicht kijkt. Op het moment dat hij kijkt zegt u ‘braaf’ en gooit een piepklein snoepje op de grond achter de hond. Let erop dat u eerst braaf zegt en dan pas het snoepje gooit. De hond zal zich van u af draaien om het snoepje te kunnen pakken. Weer wacht u tot de hond u aankijkt en herhaalt de manier van belonen: ‘braaf’ – snoepje op de grond. Hierdoor wordt bereikt dat de hond een repetitief (herhalend) gedrag gaar vertonen. Hij neemt een snoepje en wendt zich weer naar de baas. Gebruik maken van repetitie is een van de snelste manieren om een hond wat te leren. Ook mensen kennen dat. Een versje leert men ook van buiten door het steeds weer opnieuw te lezen of op te zeggen. Vanaf het moment dat de hond steeds naar kijkt om de beloning die eraan vast hang, gaan we hem het aandachtsbevel aanleren. Hiervoor gebruiken we zoals eerder beschreven zijn naam. Telkens als de hond u aankijkt , spreekt u zijn naam uit. Honden leren namelijk bevelen kennen die door die bevelen uit te spreken samen met het uitvoeren van een gedragshandeling. Na een tijdje merkt u dat de hond zeer vlot reageert als u zijn naam uitspreekt. Na het hoeren van zijn naam kijkt hij u onmiddellijk aan. De echte aandacht is nu een feit. Let er bij deze oefening goed op dat u de hond alleen beloont om u aan te kijken en niet het snoepje dat u bij u hebt, anders wordt de hond alleen maar voedsel gevoelig en heeft hij helemaal geen aandacht voor u.
Bron: Erik Sannen Honden problemen oplossen
Zindelijkheid:
Bij een pup zijn we heel verdraagzaam als hert op zindelijkheid aankomt. Veroorzaakt de pup eens een keer een ongelukje dan ruimen we dat met plezier op.
Maar duurt de onzindelijkheid langer of blijft zij voortduren dan wordt het voor de meeste mensen een regelrechte ramp.
Aanhoudende onzindelijkheid is misschien wel een van de ergste problemen met soms rampzalige gevolgen.
Mensen zijn snel geneigd om zindelijkheid aan te leren door te straffen als de hond in de fout gaat. In plaats van zindelijk te worden verliest de hond het vertrouwen in de baas. Straffen bij onzindelijkheid is dus absoluut af te raden. Zindelijk of niet?:
Zindelijkheid is voor honden een volkomen natuurlijk gedrag. In de eerste levensweken doen zij hun behoeften gewoon in het nest, hun moeder ruimt dit altijd op. Na een week of vier gaan de pups heel bewust zo ver mogelijk van hun nest vandaan de behoeftes doen. Op dat moment zijn ze dus al zindelijk. Dit gedrag wordt door sommige fokkers wel eens om zeep geholpen. Door de pups steeds in een te kleine ruimte te houden en zelden of nooit vrij te laten, krijgen zij niet de kans om zindelijk te worden. Deze pups hebben een reële kans op chronische onzindelijkheid. Het is dus belangrijk om bij de aanschaf van een pup na te gaan of de hondjes voldoende kans hebben gekregen om zindelijk te worden. Laat ook de fokker uit leggen wat hij gedaan heeft om de pups zindelijk te maken.
Bron: Erik Sannen Honden problemen oplossen
Dierziektes:
Anaalklieren.
Inleiding.
De Anaalklieren zijn twee kleine geurkliertjes die in de sluitspier van de anus ingebed liggen. Bij de voorouders van onze honden ( de wolven) gaven ze de ontlasting een speciaal geurtje. Hiermee werd het territorium afgebakend.
Bij onze huishonden is deze functie grotendeels verloren gegaan. De kliertjes zijn er nog wel en kunnen veel overlast veroorzaken door overvuld of ontstoken te raken.
Anaalklier problemen zien we vaker bij bepaalde rassen optreden.
Voorbeelden zijn Cocker Spaniëls, Golden Retrievers, Pinchers, Duitse Herders en Terriërs.
Klachten.
Honden kunnen zelf niet bij hun Anaalklieren. Als de kliertjes overvuld of ontstoken zijn gaan ze in de omgeving (rond de staart) zitten likken of bijten, soms tot bloedens toe. Ook het zogenaamde sleetje rijden is een poging van de hond om van de irritante jeuk af te komen. De hond schuift hierbij met z’n achterste plat over de grond, vaak met de achterpoten omhoog.
Een ander probleem is het anaalklierabces (steenpuist). Hierbij is een ontsteking ontstaan in de anaalklier en is het kliertje gevuld met pus.
Dit abces baant zich een weg naar buiten toe. Als het abces nog niet doorgebroken is ziet u naast de anus een zeer pijnlijke zwelling, is het wel doorgebroken dan ziet u naast de anus een klein gaatje waar bloed en etter uitkomt.
Diagnose.
Heeft uw hond jeuk bij de staartwortel, rijdt hij sleetje of ziet u een vreemde zwelling bij zijn anus, dan is de kans groot dat er iets mis is met zijn Anaalklieren en is een bezoek aan de dierenarts aan te raden.
Tijdens het onderzoek worden eerst andere oorzaken voor de klachten (lintwormen, vlooien) uitgesloten en vervolgens de Anaalklieren van de hond gevoeld. Aangezien de kliertjes in de sluitspier zitten betekent dit dat de hond rectaal onderzocht wordt. Met een vinger in de anus wordt de anaalklier opgezocht en indien nodig leeg gedrukt. Dit is voor de hond onaangenaam, maar alleen bij een ontsteking ook echt pijnlijk. Het stinkt erg!
Behandeling.
In de meeste gevallen is het voldoende als de dierenarts de kliertjes leeg drukt, maar in enkele gevallen is verder behandeling noodzakelijk.
Als de anaalklier ontstoken is, zal hij uw dier een antibioticumkuur voorschrijven, eventueel aangevuld met medicijnen om de jeuk en irritatie de kop in te drukken.
Anaalklierabcessen worden geopend en uitgespoeld, maar dit is meestal zo pijnlijk dat de hond een roesje krijgt. Ook hier wordt met antibioticum nabehandeld om de ontsteking weg te krijgen.
Bij sommige dieren helpt het leeg drukken van de kliertjes maar heel koert. Na enkele weken zijn ze weer vol en beginnen de problemen opnieuw. In deze gevallen is het verstandig om de klieren operatief weg te nemen, de hond is dan definitief van de problemen af.
Operatie.
Zoals gezegd is het mogelijk om de klieren operatief te verwijderen. De hond wordt verdoofd, de haren om de anus worden weggeschoren en de Anaalklieren leeg gedrukt. De klieren worden gevuld met een kunsthars om ze tijdens de operatie makkelijker terug te vinden. Naast de anus wordt een klein sneetje gemaakt en de anaalklier wordt uit de sluitspier gepeld en verwijderd. Vervolgens wordt de wond gehecht. De andere klier wordt op dezelfde wijze behandeld.
De sluitspier mag niet worden beschadigd, want dit kan leiden tot incontinentie ( het niet meer kunnen ophouden van ontlasting)
Samenvattend.
Anaalklierproblemen komen vaak bij honden voor. Meestal is er sprake van jeuk in de buurt van de staart. De problemen zijn goed te behandelen, maar in hardnekkige gevallen (zelden) kan een operatie de aangewezen weg zijn.
Chippen:
Jaarlijks lopen in Nederland honderden katten, honden en andere huisdieren weg. Een groot deel van hen vindt de weg naar huis nooit meer terug. Meestal zijn ze niet herkenbaar en niet geregistreerd. Daardoor is het enorm moeilijk om hun eigenaren terug te vinden! Tatoeages zijn na verloop van tijd vaak niet meer goed te lezen en zijn bovendien niet voor alle diersoorten geschikt. Daarnaast is het tatoeëren bepaald geen pretje voor het dier. Halsbandjes en naamkokertjes kunnen relatief makkelijk worden verloren, vooral tijdens de avontuurlijke tochten die uw huisdier maakt!
Gevonden!
Tegenwoordig is er een nieuwe, unieke identificatiemethode: elektronische identificatie. Vanwege de lange naam ook wel kortweg "chippen" genoemd. Met een chip is uw huisdier altijd te herkennen, want iedere chip heeft een eigen, unieke code. De chip is kleiner dan een dubbeltje, maar voor u en uw huisdier goud waard!
Een chip, wat is dat en hoe wordt hij ingebracht?
De chip is een gesloten buisje van bio-glas, met daarin een microchip en een spoeltje dat als antenne fungeert. Klein is hij zeker: de Back Home chip is slechts 13,4 mm lang en heeft een doorsnede van 2 mm! Het bio-glas, zorgt ervoor dat de chip niet wordt afgestoten en dat het met het weefsel vergroeit. Op de microchip is de unieke code opgeslagen. Het spoeltje stuurt deze code naar het afleesapparaat. De chip wordt ter hoogte van de nek door een eenvoudige injectie onder de huid ingebracht.
Een chip aflezen
De code van de chip kan met een afleesapparaat (reader) worden afgelezen.
De chip zelf doet niets; er zit geen batterijtje in en uw huisdier zal niet eens merken dat bij of zij een chip draagt! Pas op het moment dat er een afleesapparaat bij de chip wordt gehouden, gebeurt er iets. Het afleesapparaat geeft een onschadelijk signaal af, waardoor de chip actief wordt met de identificatiecode van het betreffende dier antwoordt. Invloeden van buitenaf hebben overigens absoluut géén effect op de chip!
Registratie
Nadat uw huisdier bij ons van een chip is voorzien, vullen wij het registratieformulier in. Deze gegevens worden opgeslagen in een speciale databank: de Nederlandse Databank Gezelschapsdieren. Na ontvangst van uw registratieformulier krijgt u een bewijs van inschrijving. Vanaf dat moment is uw dierbare vriendje altijd weer thuis te brengen!
Buitenland
Neemt u uw huisdier wel eens mee op vakantie? Geen probleem! De door ons gebruikte "Back Home" chip kan namelijk óók in het buitenland gelezen worden, mits 'ISO-standaard' afleesapparatuur wordt gebruikt. Aangezien de identificatiecode van de Back Home chip met de Nederlandse landencode begint ('528'), is in het buitenland meteen duidelijk dat er contact moet worden gezocht met een Databank in Nederland! Om uw hond naar Engeland, Zweden en Noorwegen mee te nemen is chippen verplicht!
De voordelen in het kort ...
· wereldwijde, unieke identificatiecode
· diervriendelijk
· vrijwel onbeperkte levensduur
· snel en eenvoudig in gebruik
· makkelijk afleesbaar met een ISO-afleesapparaat
· geschikt voor vrijwel alle diersoorten
· al op jonge leeftijd toe te passen
· fraudebestendig; de code kan niet worden veranderd
· niet ontsierend (onzichtbaar!) De Back Home chip in het kort ...
· wordt per injectie ingebracht
· bevat een unieke identificatiecode, die met de Nederlandse landencode '528' begint
·13,4 mm lang en een doorsnede van 2 mm -, gehuld in bio-glas dat afstoting voorkomt en vergroeiing met het weefsel bevordert
· bevat geen batterij of andere energiebron
· voldoet aan de ISO-standaard
Bron en plaatjes: Virbac, Back Home Chip
Zoek uw chipnummer op:
www.chipdatabase.net
Uw huisdier mee op vakantie:
Graag informeren wij u over de stand van zaken met betrekking tot de invoering van EU verordering 998/2003 (niet commercieel vervoer gezelschapsdieren binnen Europa) per 3 juli 2004 en het daaraan gekoppelde Europese dierenpaspoort.
Vanaf 3 juli 2004 gelden voor het vervoer van honden, katten en fretten binnen Europese Unie de volgende algemene regels:
· De dieren moeten in het bezit zijn van een paspoort volgens Europees model
· De dieren moeten gevaccineerd tegen Rabiës
· De dieren moeten geïdentificeerd zijn
Eu-paspoort
Het paspoort vervangt vanaf 3 juli 2004 alle in Nederland reeds bestaande reisdocumenten die gebruikt worden voor het vervoer van dieren naar het buitenland. Er komt dus helaas geen overgangsregeling voor de huidige in omloop zijnde documenten zoals ons dierenpaspoort. De KNMvD heeft een nieuw model voor een Europees paspoort ter goedkeuring voorgelegd aan de RVV .
Dit model bestaat uit twee delen: een officieel en gestandaardiseerd reisgedeelte en een KNMvD-deel voor de gezondheidscontrole en de vaccinaties.
Nadat we van de RVV toestemming hebben gekregen, is de KNMvD officieel een uitgevende instantie en kan het paspoort gedrukt worden. Naar verwachting zijn de paspoorten dan in april leverbaar. Alleen dieren die op reis gaan hebben een Europees paspoort nodig.
De oude paspoorten hoeven niet ingenomen te worden. De nog geldige vaccinaties en behandelingen kunnen door mij schriftelijk worden overgezet in het nieuwe paspoort. Het is wel verstandig het oude vaccinatieboekje te bewaren.
Vaccinatie tegen Rabiës
Het dier moet gevaccineerd zijn tegen Rabiës met een in Nederland geregistreerd vaccin volgens het vaccinatieschema van de producent. Er is in de verordening niet specifiek aangegeven op welke termijn voor vertrek dit moet gebeuren. e KNMvD adviseert de termijn van minimaal 30 dagen voor vertrek aan te houden.
Identificatie
Een identificatie is verplicht. Dit kan door middel van een microchip of een tatoeage (de komende acht jaar nog toegestaan). Het nummer van de microchip of de tatoeage moet in het paspoort worden vastgelegd.
Nota bene: vanwege het Ingrepenbesluit uit de gezondheidswet- en welzijnswet van dieren is het officieel niet toegestaan een dier dat reeds beide oren getatoeëerd is een derde identificatiemerk in de vorm van een chip te geven tenzij de tatoeage onleesbaar is. De microchip moet voldoen aan de ISO-norm 11784 en 11785;
de meeste in omloop zijnde microchips voldoen hieraan.
Naast een identificatie en vastlegging daarvan in het paspoort is een registratie bij een centrale databank aan te bevelen.
Bevoegde dierenarts
In het Europese paspoort is spraken van een bevoegde dierenarts (qualified veterinarian).In Nederland zijn dit alle praktiserende dierenartsen die als zodanig ingeschreven staan in het register van de RVV, zoals dat door de Wet Uitoefening Dierengeneeskunde wordt voorgeschreven.
Harmonisatie
Door de verordening 998/2003 vervallen in principe alle overige regels voor het niet-commercieel vervoer van honden, katten en fretten binnen de EU.
Aanvullende gezondheidsverklaringen en dergelijke zijn dus niet meer nodig.
Groot-Brittannië, Ierland en Zweden
Deze landen zijn wel lid van de EU maar mogen (voorlopig nog vijf jaar) aanvullende eisen stellen. Dit houdt in dat voor die landen een Rabiës -titerbepaling vereist is om aan te tonen dat het dier gevaccineerd is. Die test moet binnen de door de nationale regelgeving vastgestelde termijnen zijn uitgevoerd, voor Groot-Brittannië betekent dit minimaal zes maanden voor vertrek en voor Zweden vier maanden (zie voor meer informatie over invoereisen ook www.knmvd.nl onder Actueel bij Dierenpaspoort.
Ook met betrekking tot echinococcose- en tekenbehandelingen kunnen voorlopig extra eisen gesteld worden.
Dieren jonger dan drie maanden
Wanneer dieren jonger dan drie maanden op reis gaan, hoeven ze niet gevaccineerd te zijn. Wel moet de eigenaar dan aan kunnen tonen dat het jong tot aan de reis opgroeit op de geboorteplek en niet in contact is geweest met dieren die mogelijk besmet waren met Rabiës. De RVV-dienst in de regio heeft hier een speciale verklaring voor. Het jonge dier mag ook de grens over wanner het vergezeld wordt door de moeder van wie het nog afhankelijk is.
Het is aan de lidstaten zelf om te bepalen of ze dieren jonger dan drie maanden toelaten.Op dit moment is de verwachting dat Groot-Brittannië,Ierland,Zweden en Frankrijk ze niet toe zullen laten.
Nederland zal dieren jonger dan drie maanden onder bovenvernoemde voorwaarden waarschijnlijk wel toelaten.
Niet-EU-landen
Wie vanuit Nederland met een huisdier op vakantie gaat naar een land dat geen lid is van de EU dient voor vertrek een Rabiëstiter te laten bepalen en dit door de dierenarts op te laten tekenen in het paspoort. Als daarna jaarlijks (volgens de bijsluiter van het vaccin) hervaccinatie plaatsvindt, is dit maar één keer nodig.
Er is een aantal landen dat niet tot de EU behoort, maar waarvoor wel de EU-regels gelden. Deze landen voeren hetzelfde beleid als de EU om Rabiës te gaan.
Op dit moment zijn dat:
· Noorwegen
· Zwitserland
· IJsland
· Andorra
· Liechtenstein
· San Marino
· Vaticaanstad
Om met een huisdier van en naar deze landen te reizen is een paspoort, een identificatie en een Rabiësvaccinatie dus voldoende.
Niet-EU-landen mogen zelf wel aanvullende eisen stellen. Zo zal Noorwegen zich conformeren aan Zweden en naast een identificatie, rabiësvaccinatie en een EU-paspoort een Rabiëstiter plus een echinoccose-behandeling eisen.
Zie overzicht invoereisen op www.knmvd.nl onder Actueel bij Dierenpaspoort.
Voor invoer van een hond of kat (in dit geval niet bij de fret) uit een niet EU-land geldt dat bij deze dieren drie maanden voor binnenkomst een bloedtest moet worden afgenomen. Voor deze invoer heeft de RVV een speciaal modelcertificaat.
Commercieel gehouden dieren
Voor de handel in honden, katten en fretten bestaat reeds een andere Richtlijn (92/65/EEG). De eisen verschillen niet veel van niet-commercieel vervoer. Deze dieren moeten 24 uur voor aanvang van de reis klinisch onderzocht worden door een dierenarts. In het nieuwe EU-paspoort kan de dierenarts deze bevindingen noteren.
Handhaving en sancties
Controles vinden in principe plaats aan de buitengrenzen van de EU. Maar ook binnen de EU kunnen de bevoegde instanties desgewenst controleren. Wanner de papieren nier in orde zijn, kan het dier in quarantaine geplaatst worden of worden teruggezonden naar het land van herkomst. Wanneer dit niet mogelijk is, is in het uiterste geval euthanasie mogelijk.
Communicatie
Mede gezien de korte tijd tussen de vaststelling van de regels en de invoer op 3 juli 2004 is communicatie van groot belang. De KNMvD zal via de media op verschillende manieren proberen dierenartsen, dierenartsassistenten maar ook diereneigenaren te bereiken. De belangrijkste boodschap zal daarbij zijn de invoering van de nieuwe regels per 3 juli 2004 met bijbehorende nieuwe paspoort.
Als mensen na juli van dit jaar met hun huisdier op vakantie gaan zal men in ieder geval eerst langs de dierenarts moeten!
We zullen u zo goed mogelijk op de hoogte houden van de ontwikkelingen.
Een aantal details is op dit moment nog niet duidelijk. Zo nodig komen we daar later op terug. Op de website van KNMvD staat een speciale rubriek waar de laatste informatie over regels en het nieuwe paspoort te vinden is. Kijk op
www.knmvd.nl onder Actueel bij Dierenpaspoort.
Maak, als u op reis gaat, tijdig een afspraak om de gegevens van uw huisdier over te zetten in het nieuwe EU-paspoort.
Teken en tekenbestrijding:
Teken zijn kleine bruinzwarte parasieten van 1-3 mm groot die zich vastbijten in de huid van de hond of kat en zich daar volzuigen met bloed. Na een dag of vijf zijn ze verzadigd en wel 1 cm groot en laten ze los. Teken komen voor van maart tot november. In bossen, struiken en hoog gras wachten ze op passerende slachtoffers.Teken kunnen infecties en ontstekingen op de plaats van de beet veroorzaken, maar ze kunnen ook verschillende ziekten overbrengen. In ons land de ziekte van Lyme, maar in warmere landen kunnen teken bovendien de ziekte babesiosis overbrengen.Dat is een voor de hond levensbedreigende ziekte, die de rode bloedlichaampjes vernielt. Bloedarmoede, bloedplassen, geelzucht, nierbeschadiging en lusteloosheid zijn de verschijnselen hiervan.Controleer de vacht van de hond na een wandeling door de natuur. Vindt u maar enkele teken, dan kunt u die het beste zo snel mogelijk verwijderen. De kans op besmetting met eventuele ziektes is dan het kleinst. Verdoof de teek niet van tevoren, maar pak hem met een pincet of een tekentang zo dicht mogelijk op de huid van de hond en trek hem met een licht draaiende beweging uit de huid. Ontsmet daarna het wondje met betadinejodium. Zit de hond na een wandeling vol met teken, dan is het ondoenlijk ze allemaal te verwijderen en is het aan te raden de hond met een speciale shampoo te wassen. Heeft de hond regelmatig teken, dan is het aan te raden preventief een middel toe te passen dat aanhechting voorkomt of de teek zo snel mogelijk doodt. In de kliniek verkopen we speciale tekentangetjes die het verwijderen van teken erg makkelijk maken. Diverse onderzoeken hebben aangetoond dat ze van goede kwaliteit zijn en zowel bij mens als dier gebruikt kunnen worden. Ook zijn er speciale tekenhaakjes verkrijgbaar, waarmee de teken ook gemakkelijk kunnen worden verwijderd.Bovendien beschikken wij over de nieuwste middelen om teken op een veilige en effectieve manier te doden, waarvan sommige tegelijk vlooien bestrijden. We adviseren u graag over de meest geschikte methodes om bij uw hond teken aan te pakken en zo besmetting met ernstige ziekten te voorkomen.
Voor een vakantie in zuidelijke landen hebben wij speciale tekenbanden, die niet alleen tegen teken werken, maar ook de zandvliegen doodt die Leismaniasis overbrengen, een ziekte die onder andere bloedafwijkingen en nierproblemen veroorzaakt. Soms komen deze verschijnselen nog jaren na besmetting naar voren.
Vlooienbestrijding:
Vlooien zijn voor dier en mens een ware plaag. Vooral na de vakantie kunnen ernstige vlooienplagen de thuiskomst goed verzieken. Zover moet u het eigenlijk niet laten komen. Een continue bestrijding van vlooien op uw huisdier(en) met de juiste middelen is voldoende om uw huisdier een kriebelvrij leven te bezorgen. Waarom een continue bestrijding? Omdat vlooien van warmte houden en tegenwoordig de huizen centraal verwarmd worden. Dus behalve voor ons wordt ook voor de vlo een aangenaam klimaat geschapen met als gevolg dat deze zich ook ‘s winters rustig blijft vermeerderen met alle gevolgen van dien. Behalve jeuk kunnen vlooien ook echte allergie veroorzaken bij uw huisgenoot. Ze kunnen zelfs als gastheer voor de lintworm dienen en deze zo op de hond of kat overbrengen. Verstandig is dus ook 2 x per jaar uw huisdier een wormkuur te geven. U ziet het, redenen genoeg om deze lastige springers op afstand te houden. Nu bestaan er zeer veel middelen zoals banden, sprays, druppels, shampoos enz. die u overal kunt kopen, maar waarvan de meeste niet of nauwelijks nog effectief zijn. De reden is dat na een aantal jaren de vlo ongevoelig (resistent) is geworden voor deze niet meer zo werkzame stoffen. Beter is het dus moderne middelen aan te schaffen die (nog) geen resistentie vertonen. Hiervan zijn er een aantal bij uw dierenarts te koop. Tevens kunnen wij u zonodig verder voorlichten over wat voor u het meest geschikte product is. We zullen deze producten wat nader beschouwen.
Wormen:
Spoelwormen en lintwormen:
De meest voorkomende wormsoorten bij hond en kat zijn spoelwormen (officieel Toxocara en Toxascaris genaamd) en lintwormen (Dipylidium). Beide soorten leven in de dunne darm. Op deze pagina leest u hoe uw hond of kat met deze wormen in aanraking kan komen, waaraan u een besmetting herkent en hoe u deze aanpakt. Onderaan de pagina kunt u tevens informatie vinden over een aantal minder bekende wormen.
Spoelwormen:
In Nederland komen spoelwormen bij 5 tot 10% van de honden en katten in de darmen voor. Ze leven in de dunne darm, zijn geelwit tot roze van kleur en rond van vorm. Spoelwormen kunnen van enkele centimeters tot wel achttien centimeter lang worden. U ziet de wormen vrijwel nooit in de ontlasting, maar soms wel in het braaksel. Als de wormen ingedroogd zijn, zien ze eruit als opgerolde elastiekjes. Spoelwormen produceren veel eitjes die met de ontlasting worden uitgescheiden. De eitjes zijn niet zichtbaar met het blote oog. Ze zijn pas na enkele weken besmettelijk als zich in het eitje een larf heeft ontwikkeld.
Hoe kan uw hond of kat besmet raken?:
Besmetting kan optreden als uw hond of kat gegeten heeft van besmette prooidieren of van grond waarin de spoelwormeitjes aanwezig zijn. Een besmetting kan zo ook telkens opnieuw plaatsvinden. Eenmaal in de darm komen de larfjes vrij uit de eitjes. Bij volwassen honden en katten ontwikkelen de larfjes zich meestal niet verder en gaan over in een rusttoestand in weefsels als de darm, lever en long. Bijna alle honden en katten komen in hun leven wel eens een keer in aanraking met spoelwormeitjes en hebben als gevolg daarvan larfjes in rustfase in hun lichaam.
Als vrouwelijke dieren drachtig zijn, maken de larven een trektocht naar de baarmoeder (hond) en de melkklieren (hond en kat). Op deze manier kunnen kittens zich besmetten via de moedermelk en pups daarnaast ook nog, vóór de geboorte, in de baar-moeder. Het is daarom niet vreemd dat nagenoeg alle pups en veel kittens last hebben van spoelwormen.
Hoe kunt u zien of uw hond of kat spoelwormen heeft?:
Wormen verminderen de conditie van een huisdier. Vooral met spoelwormen besmette pups (soms ook kittens) groeien slecht. Ze blijven mager, maar kunnen desondanks een 'dik' buikje hebben. Ze kunnen diarree en gasvorming krijgen omdat wormen de darmwerking verstoren. Soms braken de dieren de wormen uit. Of ze hoesten de larven op als deze op hun trektocht door het lichaam de longen passeren, waarna ze worden doorgeslikt. Bij volwassen honden en katten merkt u meestal niets van een spoelworminfectie. Soms is er sprake van wat dunne ontlasting en zijn ze niet optimaal in conditie. Een infectie is dan alleen aan te tonen door microscopisch onderzoek van de ontlasting op de aanwezigheid van wormeitjes.
Spoelwormeitjes kunnen ook de mens besmetten:
Spoelwormeitjes kunnen overal in onze omgeving zijn, zowel binnen als buiten. Ze zijn vrijwel ongevoelig voor grote hitte of vorst. De eitjes zijn zelfs na lange tijd nog steeds besmettelijk. Mensen, met name kleine kinderen, kunnen zich besmetten door contact met besmette grond (zandbak, tuin, park). De larven die na een besmetting uit de eitjes komen, maken ook bij de mens een trektocht door het lichaam en kunnen overal kleine ontstekingen veroor-zaken. Dat is bijvoorbeeld gevaarlijk als het om de ogen gaat. De larven ontwikkelen zich bij mensen overigens niet tot volwassen wormen, maar blijven in een rustfase. Uiteindelijk gaan ze te gronde, omdat ze door het lichaam worden opgeruimd.
Wat kunt u tegen spoelwormen doen?:
Ontworm uw hond of kat volgens het onderstaande schema!
FOKTEVEN: ONTWORM DE TEEF VÓÓR DE LOOPSHEID WAARIN ZE WORDT GEDEKT. VERDER NA DE GEBOORTE TEGELIJK MET DE BEHANDELING VAN DE PUPS.
PUPS OP DE LEEFTIJD VAN 2, 4 EN 6 WEKEN, DAARNA OP 2, 4 EN 6 MAANDEN.
POEZEN VÓÓR DE DRACHT EN DAARNA TEGELIJK MET DE KITTENS OP 4 WEKEN.
KITTENS OP 4, 6 EN 8 WEKEN, VERVOLGENS OP 4 EN 6 MAANDEN.
VOLWASSEN HONDEN EN KATTEN MINIMAAL TWEE, MAAR LIEFST VIER KEER PER JAAR.
Als u wormen ziet, behandel het dier dan vaker. Denk eraan dat u alle aanwezige honden en katten tegelijk behandelt.
Aanvullende maatregelen:
Deze maatregelen zijn vooral bedoeld om als mens niet onnodig met de ontlasting van uw huisdier in aanraking te komen: verwijder de ontlasting die aan de haren kleeft rond de anus van hond of kat; reinig regelmatig de ligplaatsen van hond of kat; verschoon dagelijks de kattenbak; dek de zandbak af, zodat katten daar hun behoefte niet in kunnen doen; laat huisdieren niet uit op kinderspeelplaatsen en ruim de ontlasting van uw dier direct op (schepje, zakje)!
Lintwormen:
Lintwormen van hond en kat leven in de dunne darm en kunnen, afhankelijk van de soort, van één centimeter tot wel enkele meters lang zijn. Ze zijn wit van kleur en afgeplat van vorm. Lintwormen bestaan uit een kop en een groot aantal segmentjes die gevuld zijn met eitjes. De kop zit vast aan de darmwand. Als de achterste segmentjes rijp zijn, laten ze los en kruipen uit de anus. Soms zijn ze zichtbaar in de ontlasting of kleven aan de vacht. Als de segmenten indrogen zien ze eruit als rijstkorrels. Ze zijn dan vaak te vinden rond de anus en de staart en op plaatsen waar het dier heeft gelegen. Over het algemeen zal uw hond of kat niet ziek zijn van een lintworminfectie.
Hoe komt uw huisdier aan een lintworm?:
Vlooienlarven kunnen de eitjes eten die uit de ingedroogde segmenten vrijkomen. De larve, die in het eitje zit, ontwikkelt zich in de vlo tot blaasworm. Als uw hond of kat de vlo opeet, komt de blaasworm in de darmen terecht en kan daar weer uitgroeien tot een volwassen lintworm. Ook muizen en andere prooidieren kunnen zich besmetten door de eitjes van andere soorten lintwormen te eten. Door een muis te vangen en op te eten raakt uw kat eveneens besmet.
Kan een mens ook besmet raken?:
De gewone honden- en kattenlintworm kan in een enkel geval een kind besmetten, als deze besmette vlooienlarven opeet van de vloer. Dit heeft echter geen nadelige gevolgen.
Wat kunt u tegen lintwormen doen?:
Ontworm uw hond of kat altijd als u stukjes lintworm ziet. Maak de ligplaatsen altijd goed schoon en bestrijd vlooien bij alle aanwezige huisdieren en hun omgeving.
Haak- of mijnwormen:
Deze wormen leven in de dunne darm van hond of kat en voeden zich met bloed. Bij een zware besmetting kan door beschadiging van de darmwand een bloederige diarree en ernstige bloedarmoede ontstaan. Haak- of mijnwormen komen gelukkig weinig voor in Nederland.
Zweepwormen:
Zweepwormen leven in de dikke darm van de hond en zijn vier tot zeven centimeter lang. Ze veroorzaken bij zware besmetting een bloederige diarree. Ook kan bloedarmoede optreden. Net als sommige haakwormen vormen ze voornamelijk een probleem in kennels.
Longwormen:
Bij honden, en vooral katten, komen steeds vaker longwormen voor. Dit is het gevolg van het eten van besmette prooidieren.
Vossenlintworm (Echinococcus):
De vossenlintworm is zeer gevaarlijk voor de mens. De worm komt in grote delen van Europa voor en is inmiddels ook in Nederland bij vossen (en zwerfhonden) aangetroffen.
Kleine knaagdieren eten de eitjes die door de vos zijn uitgescheiden. Vossen infecteren zich door vervolgens weer de besmette knaagdieren op te eten. Een mens kan zich besmetten door contact met vossen-uitwerpselen, door eitjes uit gronddeeltjes of door het eten van wilde bosvruchten of zelf geplukte bospaddestoelen waarop deze eitjes kunnen zitten. Eet deze alleen na grondig wassen. Bij de mens ontwikkelt zich vanuit het ei een larve die gestaag uitgroeit tot een zogenaamde blaasworm, een soort vochtblaas. Meestal bevindt deze zich in de lever, maar soms ook elders in het lichaam.
Het grootste probleem vormt het feit dat uit deze vochtblazen na verloop van tijd nieuwe blaaswormpjes ontstaan, die elders in het lichaam uitgroeien.
Honden die contact hebben met vossenontlasting kunnen drager worden van de vossenlintworm. Ze hebben daar zelf geen last van, maar kunnen wel eitjes uitscheiden die besmettelijk zijn voor de mens. Vermijd daarom het contact tussen uw hond en een vos of zijn uitwerpselen en behandel honden die toch risico lopen regelmatig tegen lintworm. Raak om deze reden een (dode) vos nooit aan.
Toxoplasma:
Omdat de besmetting eveneens via ontlasting (van katten) loopt, lijkt het bij 'toxoplasma' ook om een worm te gaan. Dat is echter niet zo. Toxoplasma is een parasiet.
Toxoplasma is een inwendige kattenparasiet. De mens kan toxoplasma oplopen via de ontlasting van jonge katten, maar ook via de besmette grond (de tuin), ongewassen groenten en rauw vlees. Katten scheiden de eitjes van de parasiet slechts gedurende enkele weken uit. De eitjes kapselen in en zijn na twee dagen besmettelijk voor mens en dier. Honden en katten zijn er zelf echter zelden ziek van.
De ziekteverschijnselen bij de mens zijn meestal vaag en lijken het meest op griep. Een besmetting is vooral gevaarlijk voor ongeboren kinderen.
Zwangere vrouwen moeten daarom extra opletten dat ze het vlees voldoende verhitten, de groente goed wassen en alle contact met kattenontlasting vermijden. Draag handschoenen bij het verschonen van de kattenbak en het tuinieren!
Voor de kinderen zijn konijnen en cavia's leuke huisdieren. Ze nemen weinig plaats in en zijn makkelijk te onderhouden. Hieronder volgt wat informatie over de konijn, de verzorging, de voeding en het onderhoud van zijn hok.
Het konijn behoort tot de haasachtige en niet, zoals veel mensen denken, tot de knaagdieren. Het verschil zit hem in de stiftandjes die achter de boven snijtanden van het konijn staan.
Knaagdieren hebben deze stiftandjes niet.
Tot slot wat informatie over de cavia. Ook een ideaal huisdier voor kinderen, omdat hij weinig plek nodig heeft en makkelijk te onderhouden is
Bekende soorten konijnen:· Vlaamse reus
· Pooltje
· Franse hangoor
Het konijn wordt in heel West-, Midden- en Zuid-Europa aangetroffen op elk terrein waarin hij holen kan graven. Hij heeft zich van het Middellandse Zeegebied uit verspreid en is in de middeleeuwen in Nederland en België ingevoerd. Het konijn kwam tot 1954 veel voor in zandstreken, bossen en duinen. Een virusziekte is er de oorzaak van dat het dier op vele plaatsen is verdwenen. Later is dat aantal weer toegenomen.
Ram of voedster:De mannelijke konijnen worden ram genoemd en de vrouwelijke konijnen heten voedster. Het uiterlijke verschil tussen beide konijnen ligt in de vorm van de kop en de rest van het lichaam. Bij de meeste rassen is de vorm van de kop iets breder en hij heeft iets dikkere wangen. De kop van de voedster is minder ontwikkeld en het lichaam van het vrouwtje is vaak wat langer. Verder zijn er ook nog wat karakterverschillen tussen beide konijnen. Normaal gesproken zijn de rammen wat feller. De voedsters zijn wat minder gauw boos. Alleen als ze drachtig (zwanger) zijn kunnen ze soms hard uitvallen.
De verzorging van uw konijn:Konijnen kunnen zowel binnen als buiten leven in een hok. Konijnen kunnen wel tegen kou maar niet tegen tocht, nattigheid, felle zon en vrieskou. Je kunt dus beter je konijn in de winter in een schuur zetten waar het niet zo koud is. Je moet het konijn nooit vanuit een koude schuur zo bij de warme kachel zetten want de kans is groot dat hij het dan niet overleeft.
Konijnen kunnen ook makkelijk binnen leven. De dieren zijn erg schoon en verspreiden geen nare luchtjes. Als je de kooi maar op tijd schoon maakt. Je kunt het konijn zelfs los laten lopen in de kamer als je de kamer maar konijnvriendelijk maakt. Dus elektriciteitsdraden en giftige kamerplanten aan de kant!
Konijnen zijn uitzonderlijk zindelijke dieren. Het is overbodig om ze in bad te doen. Je moet je konijn iedere week even borstelen. Dit is goed voor de bloedsomloop van het konijn en de oude haren worden verwijderd. De tanden van het konijn groeien altijd door en ze moeten dus af kunnen slijten. Het beste is veel hooi, hard brood en takken waarop ze kunnen knagen. Te lange tanden hinderen het konijn bij het eten. De nagels van het konijn moet je elke 2 a 3 maanden laten knippen door de dierenarts.
Entingsschema
Er zijn 2 veel voorkomende virusinfecties bij het konijn: Myxomatose en VHD.
Deze virusziektes hebben bijna altijd een dodelijke afloop. Er is geen goed werkende therapie, daarom is voorkomen door een vaccinatie erg belangrijk!
In het voorjaar, april/mei en in het najaar augustus/september.
Omgaan met het konijn:Heel vaak als mensen een konijn optillen doen ze dat verkeerd. De goede manier is het konijn met de rechterhand stevig vastpakken aan het rugvel achter de schouderbladen, tegelijkertijd met de linkerhand ondersteunen. Je moet het dan zo op je arm zetten dat een hand op de nek blijft rusten. Zo kun je een konijn altijd vastpakken. De foute manier is het konijn als een teddybeer onder de arm vast te klemmen. Het is heel gevaarlijk om het op deze manier te doen omdat je zo de ribben en de ingewanden van het dier in kan drukken. Als het konijn dan ook nog gaat spartelen, kan het uit je arm glijden en op de grond vallen.
De voeding voor uw konijn:
Waarom eet een konijn zijn eigen keutels op?
Dit is nodig omdat niet alle voedingsstoffen en energie bij de eerste darmpassage uit het voer gehaald kunnen worden. Grote onverteerbare delen worden gelijk uitgepoept. Dit zijn de gewone droge harde keutels. De overige kleinere deeltjes worden eerst achtergehouden en bewerkt in de blinde darm: het caecum. Deze keutels worden in groepjes uitgescheiden en rechtstreeks uit de anus opgegeten door het konijn.
Bij de tweede passage door de darmen worden alle stoffen die nodig zijn uit deze keutel gehaald.
Voeding van het Konijn.
Konijnen hebben een grote, blinde en dikke darm en kunnen hierdoor veel ruwvoer verwerken (hooi en gras). Krijgen ze hier te weinig van dan zullen ze problemen met het darmstelsel krijgen. Zorg dus dat ze dit altijd tot hun beschikking hebben. Verder is het belangrijk om een goede brok te geven. Liever geen gemengde granen ivm selectief eten. Ze zullen dan alleen de lekkere dingen eten en dus niet alle benodigde voedingsstoffen binnenkrijgen. Vooral calcium is hierbij heel belangrijk. Een tekort hieraan zal voor kiesproblemen zorgen. Echter een teveel hiervan kan blaasstenen of blaasgruis veroorzaken. Wij raden dus aan om een goede brok te geven (bv. Science Selective®). Let hierbij wel op de hoeveelheid.
Hieronder volgen nog enkele punten die belangrijk zijn bij de voeding van het konijn:
• Onbeperkt gras (geplukt) en hooi geven! Let wel op dat ze hier langzaam aan wennen.
Geef geen gemaaid gras, de kwaliteit hiervan gaat snel achteruit
• Brokken (pellets): maximaal 20gram per dag geven. (bij teveel eten ze geen hooi meer
en kunnen ze darmproblemen krijgen)
• Liever geen gemengde granen en peulvruchten
• Liever geen kool, sla, tomaten, komkommer, klaver en zacht fruit geven
• Wat wel mag: boerenkool, bloemkoolblad, bietenloof, wortel en loof, andijvie, lof,
paardenbloem, weegbree, appels, beuk en wilg, broccoli.
• Let met fruit op dat je niet teveel geeft. Hier worden ze te dik van en ze kunnen er
diarree van krijgen
• Zorg altijd voor voldoende vers drinkwater.
Science Selective® is in onze praktijk te koop.
We hebben zakken van 350 gram of 1,5 kg.
Afkomst van de cavia:In het wild komen cavia's voor in Zuid-Amerika.
Je hebt verschillende ondersoorten. Het meest verspreid komt de Cavia Aperea. In Peru leeft Cavia Cutleri in het bergland. Deze cavia schijnt al door de Inca's als huisdier te zijn gehouden. Cavia Cutleri wordt als stamvorm van onze tamme cavia's beschouwd. Deze cavia's leven daar in grote familiegroepen en ze gebruiken holten in rotsen of ook holen van andere dieren als onderkomen. ( Cavus = hol ; vandaar dus cavia ). Voorzover bekend is, graven ze nooit zelf een hol. De holen zijn onderling verbonden door platgereden paadjes in het gras en onder overhangende stengels van planten.
Voor de verovering van Zuid-Amerika door de Spanjaarden in de zestiende eeuw hielden de Inca's de cavia's om het vlees. Ook tegenwoordig worden de diertjes voor dit doel nog wel gefokt in Peru, zoals bij ons het geval is met bijvoorbeeld konijnen.
Waarschijnlijk waren zeelui de eersten die cavia's echt voor hun plezier hielden. Ze namen ze van hun reizen mee naar Europa.
Soorten cavia's:· Kortharige rassen
· Agouti's
· Schildpad en Schildpad met wit
· Himalaja's
· Ruwharige rassen
· Langharige rassen
Kenmerken van de cavia:Cavia Porcellus is de wetenschappelijke naam, het betekent "bigachtige cavia". Ze hebben inderdaad wel wat weg van biggetjes. Ze hebben een korte,dikke nek, een lang lichaam en een afgerond achterlijf zonder staart. Allen de krulstaart en de varkenssnuit ontbreken. Gebit: De cavia hebben per kaakhelft 3 ware kiezen, 1 valse kies, geen hoektanden en 1 snijtand. De snijtanden zijn doorgroeiende knaagtanden. Knagen is noodzakelijk, omdat anders de tanden te lang worden. Nagels: In het wild slijten de nagels voortdurend door de bewegingsvrijheid die de dieren hebben. Ook als je zelf cavia's hebt moet je ook voor voldoende beweging zorgen. Toch kunnen op een zachte ondergrond of door een verblijf in een dikke laag stro de nagels wel eens te lang worden. Ze kunnen dan worden bijgeknipt met een speciaal nagelschaartje.. Let wel op dat er niet te diep geknipt wordt. Vraag zo nodig advies of hulp bij de dierenarts.
Cavia's hebben aan elke voorpoot vier tenen en slechts drie aan elke achterpoot. Staart: Een staart kan bij een dier verschillende functies hebben: als steun, voor het evenwicht, als roer, als vliegenierjager, als opslagplaats van reservevoedsel of soms ook als extra rijpingsorgaan.
Cavia's hebben geen staart , wat er aan de buitenkant nog van te zien is is slechts een rond kuiltje.
De voeding voor uw cavia:Cavia's planteneters. In het wild leven ze van grassoorten - bladeren, stengels, zaden- en verwante planten. Ook in gevangenschap vormen grassen, hooi, vers groentevoer en zaden het basisvoer.
In onze winkel vind u verschillende soorten brokken voor de cavia.
Het verblijf van uw cavia:De cavia heeft een goed en ruim hok nodig. Deze kun je bij de dierenwinkel kopen. Op de bodem leg je een stel oude kranten met daarop een laag turfstrooisel of zaagsel. In het verblijf komen dan nog hooi of stro om onder te kruipen : een drinkfles, voerbakje en een stuk hout om op te knagen. Je kunt ook een buitenhok kopen. Het beste is als het hok uit twee delen bestaat. Het daghok met gaas aan de voorzijde kan tegelijk als voederplaats dienen. Het nachthok vormt een donkere , beschutte ruimte voor de nacht en voor rustperioden overdag. Er moet worden opgepast voor tocht en voor vocht. Daarom moet je het hok vrij van de grond op een verhoging van beton of bakstenen neerzetten. Het dak moet waterdicht zijn en bescherming bieden tegen inregenen. Zo gauw de temperatuur daalt moet het hok binnenshuis of in een schuurtje worden geplaatst. Een ren kan een omheinde ruimte vervangen als je de cavia's meer bewegingsmogelijkheden en gelegenheid om te grazen wil geven. Een ren is alleen overdag te gebruiken. Een overdekt gedeelte aan de ren is nodig om de cavia's een schuilplaats te bieden bij een regenbui of temperatuursdaling. In verband met een goede vertering van het voedsel moeten de cavia's een drinkgelegenheid hebben.
Verzorging van uw cavia:Hygiëne: Als de cavia's in een hok worden gehouden, dat dagenlang niet worden gereinigd begint het te stinken.De bodembedekking van turfstrooisel of zaagsel met stro is dan verzadigd van de urine en de uitwerpselen.
Een caviahok dat constant wordt gebruikt, moet ook dagelijks schoongehouden worden. Dit houdt in : het verwijderen van uitwerpselen, het vervangen van de vochtige bodemlaag en het eventueel aanvullen van ligstro in het nachthok.Verder moet je iedere dag hooi in het hok leggen, voer geven nadat het voerbakje verschoond is en het schoonmaken en vullen van de waterfles.
Vachtverzorging: Voor ruwharige en langharige rassen is het schoonhouden en verzorgen van de vacht van bijzonder belang. De vacht wordt snel vuil en de haren kunnen dan aan elkaar gaan plakken.
Met een stijve borstel kun je losse haartjes, stengels, blaadjes en andere vuiltjes uit de vacht geborsteld worden.
Worden de dieren van jongs af aan dagelijks geborsteld, dan raken ze er aan gewend
Omgaan met een cavia:Als je je cavia wilt optillen pak hem dan met de ene hand om de borst, til hem op en steun met de andere hand het achterlijf. daarbij rusten de achterpootjes op je hand. Wil je hem verder dragen, zet hem dan op je gebogen onderarm, terwijl je het met de andere hand van boven vasthoudt.
In overleg is het altijd mogelijk speciaal voor u voer te bestellen.
Hondenvoer:
Onderhoudsvoer:
Farmfood No1 puppy-kittenmelk in zakjes, potjes en emmers, voor voeding van moederloze pups of bijvoeding in geval van grote nesten.
Specific® Puppy kleine rassen.
CPD S brokjes 2,5 kg of 7,5 kg
Specific® Puppy middelgrote rassen.
CPD M brokjes 2,5 kg – 7,5kg of 15 kg.
Specific® Puppy grote rassen.
CPD XL brokken 2,5 kg – 7,5 kg of 15 kg
Specific® Adult kleine rassen.
CXD S brokjes 2,5 kg of 7,5 kg.
Specific® Adult middelgrote rassen.
CXD M brokjes 2,5 kg – 7,5 kg of 15 kg.
Specific® Adult grote rassen.
CXD XL brokken 2,5 kg – 7,5 kg of 15 kg.
Specific® treats mini. beloningskoekjes
Specific® treats. beloningskoekjes
Specific® Hondenvoer is een voer van constante kwaliteit en samenstelling zonder toegevoegde chemische kleur- geur en smaakstoffen.
Specific Hondenvoer is uitsluitend bij dierenartsen te koop, van dit merk hebben wij ook het dieetvoer.
Dieetvoer:
CCD Ter behandeling en preventie van blaasstenen. In zakken van 2,5 kg – 8kg of 15 kg.
CDD Hypoallergeen, ter behandeling van voedingsallergie. In zakken van 2,5 kg – 8 kg of 15 kg. We hebben hiervan ook de natvoer variant
CDW kuipjes van 300 gram
CYD-HY Hypoallergeen op basis van gehydroliseerde eiwitten,ter behandeling van voedingsallergie. In zakken van 2,5 kg – 8 kg of 15 kg.
COD-HY Gehydroliseerde eiwitten en hoog omega 3 vetzuurgehalte, ter behandeling van voedingsallergie en vachtproblemen. Uitsluitend in zakken van 2,5 kg.
COD Ter behandeling en preventie van gewrichts, huid en vacht problemen. Uitsluitend in zakken van 3,5 kg.
CJD Ter behandeling en preventie van oudere honden met aanleg voor gewrichtsklachten.
Ter introductie krijgt u bij een zak van 13 kg een zak van 6,5 kg cadeau.
CID Ter behandeling en preventie van spijsverteringsproblemen. In zakken van 2,5 kg – 8 kg of 15 kg. Heeft een vernieuwde receptuur.
CKD Ter ondersteuning van behandeling van nier- lever en hartproblemen. In zakken van 2,5 kg – 8 kg of 15 kg. We hebben hiervan ook de natvoer variant
CKW kuipjes van 300 gram
CRD-1 Energiebeperkt dieet ter ondersteuning van een afvalprogramma, of bij honden met suikerziekte. In zakken van 2 kg – 7,5 kg of 13 kg.
CRD-2 Energiebeperkt dieet om het bereikte gewicht te behouden. In zakken van 2 kg – 7,5 kg of 13 kg.
Specific Hypoallergene treats ter beloning van honden met hypoallergeen dieet.
Voor uitgebreide informatie over dit voer verwijzen wij naar:
www.specific-diets.com
Op speciaal verzoek hebben we van
Trovet®
Hypoallergenic VPD hertenvlees met aardappel
Exclusion NVD Hypoallergeen vegetarische dieetvoeding met uitsluitend plantaardigeeiwitbronnen.
Voor uitgebreide informatie over dit voer verwijzen wij naar:
www.trovet.nl
Omdat sommige honden kieskeurig zijn in acceptatie van voer en met name bij voedingsallergie of blaasstenen een probleemoplossend voer noodzakelijk is, hebben we ook de
Royal Canin® diëten:
Dental Special 2 kg. Ter ondersteuning van een schoon gebit bij kleine rassen.
Weight Control/Diabetic 1,5 kg. Ter ondersteuning bij suikerziekte of afvallen.
Hypoallergenic 2kg, 7kg of 14 kg. Ter ondersteuning bij voedingsallergie.
Mobility Special 6 kg of 14 kg. Ter vermindering van pijn bij gewrichtsklachten
Mobility Support 1,5 kg of 7 kg. Ter vermindering van pijn bij gewrichtsklachten
Obesity Management 1,5kg of 14 kg. Ter ondersteuning bij afvallen.
Satiety Support 1,5 kg, 5 kg of 12 kg. Ter ondersteuning bij afvallen.
Sensitivity Control 1,5 kg, 7 kg of 14 kg. Ter ondersteuning van een milde voedingsintollerantie.
Urinary 2 kg of 7,5 kg of 14 kg. Ter behandeling en preventie van blaasstenen.
Voor verdere informatie omtrent samenstelling en overige diëten verwijzen wij naar:
www.royalcanin.nl
Kattenvoer:
Onderhoudsvoer:
Royal Canin® Vital Milk: oplosmelk voor het spenen van pasgeboren kittens.
Specific® kitten FPD/FPW: voor kittens.
Specific® Neutered Young FND: voor de jong gecastreerde kitten.
Specific® Adult FXD/FXW: voor de volwassen kat en ter preventie van struviet.
Royal Canin® Young Female: voor de gecastreerde poes tot 7 jaar
Royal Canin® Young Male: voor de gecastreerde kater tot 7 jaar.
Royal Canin® Mature: voor de gecastreerde katten van 7 tot 10 jaar.
Specific® Senior FGD: voor de oudere kat.
Royal Canin® Senior: voor de gecastreerde kat vanaf 10 jaar.
Specific® Kattenvoer is een voer van constante kwaliteit en samenstelling zonder toegevoegde chemische kleur- geur en smaakstoffen.
Specific® voer is uitsluitend bij dierenartsen te koop, van dit merk hebben wij ook het dieetvoer.
Omdat katten zeer kieskeurig zijn hebben we voor dezelfde behandeling meerdere soorten/merken voer.
Om uit te proberen zijn er ook proefzakjes.
Voor het oplossen van Struviet ( Blaasstenen);
Specific® Struvite Dissolution FSD/FSW.
Royal Canin® Urinary S/O High dilution.
Voor de behandeling van Struviet ( Blaasstenen):
Specific® Struvite Management FCD/FCW.
Royal Canin® Urinary S/O.
Hill’s Feline C/D.
Voor de behandeling van voedingsallergie:
Specific® FYD-HY.
Specific® FOD-HY.
Specific® FDW.
Royal Canin® Hypoallergenic.
Hill’s® D/D.
Voor de behandeling van huid, vacht en gewrichtsproblemen:
Specific® FOD.
Voor de behandeling van nier, lever en hart problemen:
Specific® Kidney support FKD/FKW.
Royal Canin® Renal.
Voor de behandeling van spijsverteringsproblemen:
Hill’s® I/D.
Ter preventie van gebitsproblemen:
Hill’s® T/D.
Hill’s® Oral Care.
Afvaldieet en/of speciale voeding bij suikerziekte:
Specific® Weight reduction FRD/FRW.
Royal Canin® Satiety support.
Royal Canin® Diabetic.
Konijnenvoer.
Sciense Selective®zakken van 350 gram of 1,5 kg.